Alaska Inside Passage & Glacier from Seattle, WA
Seattle → Ketchikan → Sitka → Skagway → Juneau → Victoria → Seattle
986 afvaarten van 20 rederijen. De havens die het vaakst op deze routes staan zijn Ketchikan, Juneau en Vancouver.
Er staan 986 boekbare reizen in dit vaargebied, langs 280 havens, met 49 schepen, vanaf €451 per persoon.
Alaska is het meest seizoensgebonden vaargebied dat er is. Er zijn 10 maanden met vertrek, maar dat cijfer vleit: van mei tot september ligt bijna het hele aanbod, met juli als drukste maand. In november en december vertrekt er niets.
Dat komt niet door het ijs maar door de exploitatie. De schepen die hier varen liggen in de winter in het Caribisch gebied of in Australië, en verplaatsen zich in april en oktober in één keer over de Stille Oceaan. Die overtochten heten repositioneringsreizen en zijn los te boeken; ze verklaren waarom Japan en Zuid-Korea in de landenlijst van dit gebied opduiken.
De havens die het vaakst op het programma staan zijn Ketchikan, Juneau, Vancouver en Skagway. Dat zijn op één na allemaal plaatsen aan de Inside Passage, de vaargeul tussen het vasteland en de eilandenketen voor de kust.
De landen zijn Verenigde Staten, Canada, Japan en Zuid-Korea. Canada staat er niet toevallig bij: bijna elke reis doet Vancouver of Victoria aan, en daar zit een wet achter die verderop aan bod komt.
Het aanbod valt uiteen in twee vormen die je van tevoren moet begrijpen, want achteraf valt er niets meer aan te veranderen.
De eerste is de rondreis vanuit Vancouver of Seattle: heen en terug door de Inside Passage, meestal zeven nachten, met Ketchikan, Juneau en Skagway als vaste havens en een gletsjerdag ertussen. Dit is verreweg de meest verkochte vorm; de meest voorkomende reisduur in dit gebied is 5 tot 7 dagen, en dat zijn precies deze reizen.
De tweede is de enkele reis, die in Vancouver begint en in Whittier of Seward eindigt, of andersom. Die route vaart verder noordwaarts, langs de Hubbard-gletsjer en de College Fjord, en sluit aan op het landgedeelte richting Denali. Wie het binnenland wil zien, moet deze vorm hebben; wie hem boekt, heeft twee losse vliegtickets nodig.
De vertrekhavens zijn Vancouver, Seattle en Whittier. Vancouver is de grootste, Seattle de tweede.
Het verschil tussen die twee is meer dan een uur rijden. Een Amerikaanse wet uit 1886 bepaalt dat een buitenlands schip geen passagiers tussen twee Amerikaanse havens mag vervoeren zonder een buitenlandse haven aan te doen. Vrijwel de hele cruisevloot vaart onder buitenlandse vlag, dus een reis vanuit Seattle moet Victoria of Vancouver in Canada aandoen. Dat kost tijd, en die tijd gaat van Alaska af. Een reis vanuit Vancouver heeft dat probleem niet en heeft daardoor gemiddeld meer uren in het noorden.
De rederijen zijn Princess Cruises, Holland America Line, Norwegian Cruise Line en Royal Caribbean International. Princess Cruises is hier de grootste en heeft eigen treinen en eigen lodges in het binnenland, wat het combineren van schip en land eenvoudiger maakt.
De drie klassieke havens zijn klein en leven van deze vijf maanden.
Ketchikan heeft achtduizend inwoners en ontvangt in het seizoen meer dan een miljoen bezoekers. Het regent er ruim drie meter per jaar, wat het tot een van de natste plaatsen van Noord-Amerika maakt. Wat je hier vindt is de grootste verzameling totempalen ter wereld, gemaakt door de Tlingit en de Haida, en een straat op palen boven een kreek waar de zalm in augustus tegen de stroom in omhoogspringt.
Juneau is de hoofdstad van de staat en is niet over de weg bereikbaar: er loopt geen enkele doorgaande weg naartoe. De Mendenhall-gletsjer ligt op twintig minuten rijden en is de reden dat de meesten van boord gaan. Die gletsjer trekt zich zichtbaar terug; waar rond 2007 nog ijs lag, ligt nu water en kaal gesteente.
Skagway heeft duizend inwoners en bestaat uit één straat met houten gevels uit de goudkoorts van 1898. De smalspoorlijn naar de White Pass klimt in anderhalf uur naar bijna duizend meter, langs het pad waar de goudzoekers hun uitrusting overheen sleepten. Dat is de duurste excursie van de reis en tegelijk de enige die vrijwel iedereen achteraf noemt.
Een gletsjerdag is geen haven maar een vaardag. Het schip vaart een fjord in en blijft een paar uur voor de ijswand liggen, waarbij het langzaam draait zodat beide zijden aan de beurt komen. Glacier Bay is een nationaal park met een quotum: er mag een beperkt aantal schepen per dag in, en een reis die daar binnenkomt is dus niet inwisselbaar tegen een willekeurige andere.
Mei is droog en koel, met acht tot vijftien graden en sneeuw op de bergen tot laag aan. Het is de goedkoopste maand en de bergwegen in het binnenland zijn nog niet allemaal open.
Juni en juli zijn het warmst, met vijftien tot twintig graden, en de dagen duren bijna twintig uur. Dit is het topseizoen en dat staat in de prijs.
Augustus is de zalmmaand. De rivieren zitten vol, en waar zalm is zijn beren; wie de bruine beren wil zien, moet in augustus komen. Het regent dan ook het meest.
September is koeler en goedkoper, en de eerste kansen op noorderlicht komen terug omdat het weer donker wordt. De kans op regen is groot en het aanbod loopt snel terug.
Voor de walvissen geldt het hele seizoen: bultruggen zijn van mei tot september aanwezig en orka's het hele seizoen. Vanaf het schip zie je ze regelmatig; vanaf een kleine boot zie je ze van dichtbij.
Neem in elke maand laagjes mee en een waterdichte jas. Twintig graden aan wal is tien graden aan dek in de vaarwind, en een gletsjerdag op het voordek is koud ongeacht de datum.
De reis zelf is niet het duurste deel van een Alaska-cruise. Dat zijn de excursies en de vlucht.
Vanuit Nederland vlieg je met minstens één overstap naar Vancouver of Seattle, ruim tien uur netto, en dat kost in het hoogseizoen een veelvoud van een vlucht naar de Middellandse Zee. Kom een dag eerder: het tijdverschil is negen uur en een gemiste aansluiting kost je het schip.
De excursies liggen hier hoger dan waar ook. Een vlucht met een watervliegtuig over de ijsvelden, een tocht met een hondenslee op een gletsjer of een dag beren kijken kosten elk meer dan een dag varen. Kies er één die de reis waard is en doe de rest zelf; in Juneau en Ketchikan kom je met de lijnbus en wat lopen een heel eind.
Wat niets kost en het meeste oplevert: op het buitendek blijven. Dit is een vaargebied waar het varen zelf het programma is, en dat geldt van de Inside Passage tot voor de ijswand.
Wat je vanaf het schip ziet is de rand van de staat. Alaska is vijf keer zo groot als Duitsland en heeft minder inwoners dan Utrecht en Amersfoort samen; het deel dat je vanaf het water bereikt is de smalle strook langs de Inside Passage.
Wie meer wil, boekt een cruisetour: de reis over water plus drie tot zeven dagen over land, met de trein naar Denali en Fairbanks. De Denali is met 6.190 meter de hoogste berg van Noord-Amerika en gaat maar op ongeveer een derde van de dagen helemaal vrij van de wolken; de kans dat je hem ziet groeit met elke dag die je in het park bent.
Die landdelen worden door de rederij verkocht en door haar eigen bussen en treinen uitgevoerd. Dat is duurder dan zelf huren en het scheelt organisatie; wie zelf rijdt, moet weten dat er buiten de drie hoofdwegen weinig asfalt ligt en dat autoverhuurders het rijden op grind meestal verbieden.
De inheemse geschiedenis komt op elke route terug. De Tlingit, Haida en Tsimshian wonen al duizenden jaren aan deze kust; het culturele centrum in Ketchikan en het staatsmuseum in Juneau vertellen dat verhaal met stukken die uit de dorpen zelf komen.
Let bij het vergelijken op de vaardagen. Twee reizen van zeven nachten kunnen dezelfde havens hebben terwijl de ene één gletsjerdag heeft en de andere twee. Dat verschil weegt zwaarder dan het verschil in hutcategorie.
Seattle → Ketchikan → Sitka → Skagway → Juneau → Victoria → Seattle
Seattle → Ketchikan → Juneau → Victoria → Seattle → Los Angeles, CA → Cabo San …
Seattle → Ketchikan → Juneau → Victoria → Seattle → Los Angeles, CA → Cabo San …
Er staan 986 boekbare reizen in dit vaargebied, langs 280 havens, met 49 schepen, vanaf €451 per persoon.
Alaska is het meest seizoensgebonden vaargebied dat er is. Er zijn 10 maanden met vertrek, maar dat cijfer vleit: van mei tot september ligt bijna het hele aanbod, met juli als drukste maand. In november en december vertrekt er niets.
Dat komt niet door het ijs maar door de exploitatie. De schepen die hier varen liggen in de winter in het Caribisch gebied of in Australië, en verplaatsen zich in april en oktober in één keer over de Stille Oceaan. Die overtochten heten repositioneringsreizen en zijn los te boeken; ze verklaren waarom Japan en Zuid-Korea in de landenlijst van dit gebied opduiken.
De havens die het vaakst op het programma staan zijn Ketchikan, Juneau, Vancouver en Skagway. Dat zijn op één na allemaal plaatsen aan de Inside Passage, de vaargeul tussen het vasteland en de eilandenketen voor de kust.
De landen zijn Verenigde Staten, Canada, Japan en Zuid-Korea. Canada staat er niet toevallig bij: bijna elke reis doet Vancouver of Victoria aan, en daar zit een wet achter die verderop aan bod komt.
Het aanbod valt uiteen in twee vormen die je van tevoren moet begrijpen, want achteraf valt er niets meer aan te veranderen.
De eerste is de rondreis vanuit Vancouver of Seattle: heen en terug door de Inside Passage, meestal zeven nachten, met Ketchikan, Juneau en Skagway als vaste havens en een gletsjerdag ertussen. Dit is verreweg de meest verkochte vorm; de meest voorkomende reisduur in dit gebied is 5 tot 7 dagen, en dat zijn precies deze reizen.
De tweede is de enkele reis, die in Vancouver begint en in Whittier of Seward eindigt, of andersom. Die route vaart verder noordwaarts, langs de Hubbard-gletsjer en de College Fjord, en sluit aan op het landgedeelte richting Denali. Wie het binnenland wil zien, moet deze vorm hebben; wie hem boekt, heeft twee losse vliegtickets nodig.
De vertrekhavens zijn Vancouver, Seattle en Whittier. Vancouver is de grootste, Seattle de tweede.
Het verschil tussen die twee is meer dan een uur rijden. Een Amerikaanse wet uit 1886 bepaalt dat een buitenlands schip geen passagiers tussen twee Amerikaanse havens mag vervoeren zonder een buitenlandse haven aan te doen. Vrijwel de hele cruisevloot vaart onder buitenlandse vlag, dus een reis vanuit Seattle moet Victoria of Vancouver in Canada aandoen. Dat kost tijd, en die tijd gaat van Alaska af. Een reis vanuit Vancouver heeft dat probleem niet en heeft daardoor gemiddeld meer uren in het noorden.
De rederijen zijn Princess Cruises, Holland America Line, Norwegian Cruise Line en Royal Caribbean International. Princess Cruises is hier de grootste en heeft eigen treinen en eigen lodges in het binnenland, wat het combineren van schip en land eenvoudiger maakt.
De drie klassieke havens zijn klein en leven van deze vijf maanden.
Ketchikan heeft achtduizend inwoners en ontvangt in het seizoen meer dan een miljoen bezoekers. Het regent er ruim drie meter per jaar, wat het tot een van de natste plaatsen van Noord-Amerika maakt. Wat je hier vindt is de grootste verzameling totempalen ter wereld, gemaakt door de Tlingit en de Haida, en een straat op palen boven een kreek waar de zalm in augustus tegen de stroom in omhoogspringt.
Juneau is de hoofdstad van de staat en is niet over de weg bereikbaar: er loopt geen enkele doorgaande weg naartoe. De Mendenhall-gletsjer ligt op twintig minuten rijden en is de reden dat de meesten van boord gaan. Die gletsjer trekt zich zichtbaar terug; waar rond 2007 nog ijs lag, ligt nu water en kaal gesteente.
Skagway heeft duizend inwoners en bestaat uit één straat met houten gevels uit de goudkoorts van 1898. De smalspoorlijn naar de White Pass klimt in anderhalf uur naar bijna duizend meter, langs het pad waar de goudzoekers hun uitrusting overheen sleepten. Dat is de duurste excursie van de reis en tegelijk de enige die vrijwel iedereen achteraf noemt.
Een gletsjerdag is geen haven maar een vaardag. Het schip vaart een fjord in en blijft een paar uur voor de ijswand liggen, waarbij het langzaam draait zodat beide zijden aan de beurt komen. Glacier Bay is een nationaal park met een quotum: er mag een beperkt aantal schepen per dag in, en een reis die daar binnenkomt is dus niet inwisselbaar tegen een willekeurige andere.
Mei is droog en koel, met acht tot vijftien graden en sneeuw op de bergen tot laag aan. Het is de goedkoopste maand en de bergwegen in het binnenland zijn nog niet allemaal open.
Juni en juli zijn het warmst, met vijftien tot twintig graden, en de dagen duren bijna twintig uur. Dit is het topseizoen en dat staat in de prijs.
Augustus is de zalmmaand. De rivieren zitten vol, en waar zalm is zijn beren; wie de bruine beren wil zien, moet in augustus komen. Het regent dan ook het meest.
September is koeler en goedkoper, en de eerste kansen op noorderlicht komen terug omdat het weer donker wordt. De kans op regen is groot en het aanbod loopt snel terug.
Voor de walvissen geldt het hele seizoen: bultruggen zijn van mei tot september aanwezig en orka's het hele seizoen. Vanaf het schip zie je ze regelmatig; vanaf een kleine boot zie je ze van dichtbij.
Neem in elke maand laagjes mee en een waterdichte jas. Twintig graden aan wal is tien graden aan dek in de vaarwind, en een gletsjerdag op het voordek is koud ongeacht de datum.
De reis zelf is niet het duurste deel van een Alaska-cruise. Dat zijn de excursies en de vlucht.
Vanuit Nederland vlieg je met minstens één overstap naar Vancouver of Seattle, ruim tien uur netto, en dat kost in het hoogseizoen een veelvoud van een vlucht naar de Middellandse Zee. Kom een dag eerder: het tijdverschil is negen uur en een gemiste aansluiting kost je het schip.
De excursies liggen hier hoger dan waar ook. Een vlucht met een watervliegtuig over de ijsvelden, een tocht met een hondenslee op een gletsjer of een dag beren kijken kosten elk meer dan een dag varen. Kies er één die de reis waard is en doe de rest zelf; in Juneau en Ketchikan kom je met de lijnbus en wat lopen een heel eind.
Wat niets kost en het meeste oplevert: op het buitendek blijven. Dit is een vaargebied waar het varen zelf het programma is, en dat geldt van de Inside Passage tot voor de ijswand.
Wat je vanaf het schip ziet is de rand van de staat. Alaska is vijf keer zo groot als Duitsland en heeft minder inwoners dan Utrecht en Amersfoort samen; het deel dat je vanaf het water bereikt is de smalle strook langs de Inside Passage.
Wie meer wil, boekt een cruisetour: de reis over water plus drie tot zeven dagen over land, met de trein naar Denali en Fairbanks. De Denali is met 6.190 meter de hoogste berg van Noord-Amerika en gaat maar op ongeveer een derde van de dagen helemaal vrij van de wolken; de kans dat je hem ziet groeit met elke dag die je in het park bent.
Die landdelen worden door de rederij verkocht en door haar eigen bussen en treinen uitgevoerd. Dat is duurder dan zelf huren en het scheelt organisatie; wie zelf rijdt, moet weten dat er buiten de drie hoofdwegen weinig asfalt ligt en dat autoverhuurders het rijden op grind meestal verbieden.
De inheemse geschiedenis komt op elke route terug. De Tlingit, Haida en Tsimshian wonen al duizenden jaren aan deze kust; het culturele centrum in Ketchikan en het staatsmuseum in Juneau vertellen dat verhaal met stukken die uit de dorpen zelf komen.
Let bij het vergelijken op de vaardagen. Twee reizen van zeven nachten kunnen dezelfde havens hebben terwijl de ene één gletsjerdag heeft en de andere twee. Dat verschil weegt zwaarder dan het verschil in hutcategorie.