2.594 boekbare reizen langs 44 havens, vanaf €248 per persoon.
Er zijn 2.594 boekbare riviercruises over de Donau, langs 44 aanlegplaatsen in 8 landen: Oostenrijk, Duitsland, Hongarije, Slowakije, Servië, Roemenië, Bulgarije en Kroatië.
1.316 van die reizen duren vijf tot zeven dagen, en dat is het product waar deze rivier om draait: de week tussen Passau en Boedapest, of andersom. De goedkoopste begint bij €248 per persoon en er varen 50 schepen.
De drukst aangedane plaatsen zijn Budapest, Wenen, Passau (München) en Bratislava. De vertrekhavens zijn Budapest, Passau (München) en Vilshofen: Passau staat op 644 vertrekken, Boedapest op 609 en Vilshofen op 223.
De rederijen zijn AmaWaterways, Emerald Cruises, Scenic River Cruises en A-ROSA. Opvallend in die lijst is Celebrity, dat als zeerederij bekendstaat en hier met 116 reizen staat; dat is nieuw en het zegt iets over waar de groei zit.
Passau ligt op de plek waar de Inn en de Ilz in de Donau komen, en de stad heeft daaraan haar bijnaam als drierivierenstad te danken.
Dat is niet waarom de schepen er liggen. Passau is het punt waar de Donau breed en diep genoeg wordt voor de schepen die deze reizen varen, en tegelijk het punt waar de Duitse aanvoer van gasten uit München het kortst is; op de haventafels staat de stad daarom als Passau met München erachter.
Twintig kilometer stroomafwaarts ligt Vilshofen, dat op 559 reizen staat. Dat is geen tweede bestemming maar een tweede aanlegplaats: een rederij die daar een eigen steiger heeft, gebruikt die als vertrekpunt omdat de kade in Passau vol ligt.
De stad zelf is in een halve dag te doen. De Dom Sint-Stefanus heeft het grootste kerkorgel van Europa met bijna achttienduizend pijpen, er is dagelijks een concert van een half uur, en de barokke binnenstad is na de stadsbrand van 1662 door Italiaanse bouwmeesters neergezet.
Aan de gevels staan streepjes met jaartallen: de hoogste waterstanden. Die van 2013 staat op ruim twaalf meter boven normaal en zit boven de deurposten.
Dat er reizen zijn die in Amsterdam beginnen en op de Donau eindigen, is nog geen veertig jaar oud.
Tussen de Main en de Donau ligt de Europese waterscheiding: de ene kant stroomt naar de Noordzee en de andere naar de Zwarte Zee. Karel de Grote liet er in 793 al aan graven, en dat werk is in de modder blijven steken; wat je nu vaart is het Main-Donaukanaal, dat in september 1992 openging na tweeëndertig jaar bouwen.
Het is honderdeenenzeventig kilometer lang en heeft zestien sluizen. Het hoogste punt ligt op vierhonderdzes meter boven zeeniveau, en dat is het hoogste punt dat een binnenvaartschip in Europa kan bereiken; je wordt er in stappen naartoe geschut en daarna weer omlaag.
Wat het opleverde is een doorgaande vaarweg van Rotterdam tot de Zwarte Zee, ruim drieduizend kilometer. Dat verklaart waarom Amsterdam op 112 Donaureizen als vertrekhaven staat en Neurenberg op 100: dat zijn de lange reizen die de Rijn, de Main en de Donau achter elkaar doen.
Het kanaal is bij de bouw fel bestreden, om de kosten en om het Altmühldal dat ervoor is vergraven. De vrachtvaart die het moest opleveren is achtergebleven bij de ramingen; de riviercruise is de bedrijfstak die er wel van leeft.
Tussen Melk en Krems ligt zesendertig kilometer rivier die sinds 2000 op de Werelderfgoedlijst staat, en dat is het mooiste stuk van de hele reis.
Het dal is smal, de hellingen staan vol met wijnterrassen die op muurtjes van losse steen rusten, en er staan dorpen met stenen huizen aan het water. Er groeit grüner veltliner en riesling, en er staan abrikozenboomgaarden waarvan de vrucht een beschermde benaming heeft.
Aan de bovenkant staat het klooster van Melk op een rots boven de rivier: een barok gebouw uit het begin van de achttiende eeuw, met een bibliotheek van honderdduizend banden en een marmeren zaal met een plafondschildering die het geheel dieper laat lijken dan het is. Er wonen nog altijd benedictijnen en er zit een school in met bijna negenhonderd leerlingen.
Halverwege ligt Dürnstein, dat je herkent aan de blauwwitte toren van het voormalige klooster. Op de rots erboven staat een ruïne, en daar zit het verhaal.
Richard Leeuwenhart werd op de terugweg van de kruistocht in 1192 bij Wenen herkend en gevangengezet, onder meer op deze burcht. Engeland betaalde daarvoor een losprijs die in de bronnen op vijfendertigduizend kilo zilver wordt gesteld, meer dan een jaarinkomen van de Engelse kroon.
Wat daarmee is gebeurd, zie je verderop op de reis. Van dat geld zijn de stadsmuren van Wenen gebouwd, is de munt van het hertogdom opgezet en is Wiener Neustadt gesticht. Een gevangene uit Engeland heeft zo de stad betaald waar je twee dagen later doorheen loopt.
De Donau stroomt langs meer hoofdsteden dan enige andere rivier ter wereld: Wenen, Bratislava, Boedapest en Belgrado liggen er alle vier aan.
De eerste drie liggen binnen driehonderd kilometer van elkaar, en dat is de reden dat de week op deze rivier zo vol zit. Je stapt in de ene hoofdstad van boord en de volgende ochtend in de volgende.
Wenen staat met 2.071 aanlopen bovenaan. Let op waar het schip ligt: de kade is aan de Donau of aan het Donaukanaal, en het historische centrum met de Stefansdom ligt daar drie tot zes kilometer vandaan. Er rijdt een metro en er is een pendelbus; ga er niet van uit dat je vanaf de loopplank de Ring op wandelt.
Bratislava is de enige hoofdstad die aan twee landen grenst, aan Oostenrijk en Hongarije, en ligt op zestig kilometer van Wenen. Het centrum is compact en ligt wel op loopafstand van de kade.
Boedapest is de plaats waar je het schip het liefst 's avonds ziet liggen. De rij verlichte gebouwen langs het water, met het parlement en de Kettingbrug, staat sinds 1987 op de Werelderfgoedlijst en de schepen leggen er middenin aan.
Aan de oever bij het parlement staan zestig paar ijzeren schoenen op de kade, als monument voor de Joodse Boedapesters die daar in de winter van 1944 en 1945 door pijlkruisers zijn doodgeschoten en in de rivier zijn gevallen. Het is een van de weinige monumenten die je vanaf het dek ziet.
Ongeveer een op de vijf reizen vaart verder naar het zuidoosten, en dat is een andere reis dan de week erboven.
Belgrado staat op 425 aanlopen en Novi Sad op 347. Daarna wordt de rivier de grens tussen Servië en Roemenië en gaat hij door de IJzeren Poort: honderd kilometer kloof door de Karpaten, op het smalste punt honderdvijftig meter breed, met wanden van driehonderd meter.
Daar hangt sinds 2004 een gezicht in de rots: een kop van Decebalus, de laatste koning van Dacië, vijfenveertig meter hoog, in tien jaar uitgehakt in opdracht van een Roemeense zakenman. Aan de overkant zit de Tabula Traiana, een Romeinse inscriptie uit het jaar 100 die bij de bouw van de stuwdam met rots en al is verplaatst.
Die dam, in 1972 in gebruik genomen, heeft het waterpeil met meer dan dertig meter verhoogd. Daarbij is Ada Kaleh verdwenen, een eiland in de rivier waar een Turkssprekende gemeenschap woonde met een moskee, een bazaar en eigen gebruiken; de bewoners zijn uitgeplaatst en het eiland ligt onder water.
Verderop liggen Vidin met de vesting Baba Vida, Ruse aan de Bulgaarse kant, en Giurgiu. Die laatste staat op 255 aanlopen en is geen bestemming maar de aanlegplaats voor Boekarest: dat ligt zestig kilometer landinwaarts en de rit duurt ruim een uur.
Aan het einde ligt de delta bij Tulcea, het grootste rietmoeras van Europa, waar meer dan driehonderd vogelsoorten broeden en waar je met platbodems tussen de kanalen door vaart.
Oktober telt 378 reizen, september 333, november 297 en december 271. Januari komt uit op 7 en februari op 18.
Dat najaar is geen toeval. September en oktober zijn de oogstmaanden en het weer is dan stabiel; in november en december varen de kerstmarktreizen, waarbij het schip elke avond in een andere stad ligt en de markt naast de loopplank staat. Dat is inmiddels een seizoen op zich.
Waar je op deze rivier altijd rekening mee moet houden is de waterstand. Bij langdurige droogte komt het schip onder de bruggen niet door of loopt het vast op de drempels, en bij hoogwater passen de opbouw en de schoorsteen er niet onder. In beide gevallen wordt er omgeboekt: passagiers gaan per bus naar een schip aan de andere kant van het knelpunt, of het programma wordt omgedraaid.
In 2018 stond het water zo laag dat een groot deel van het seizoen op die manier is gevaren. Dat is geen wanprestatie van de rederij en het geeft in de regel geen recht op teruggave; kijk hoe je reisverzekering ermee omgaat.
Wat een riviercruise verder anders maakt dan een zeecruise: de schepen zijn honderdvijfendertig meter lang omdat de sluizen niet meer toelaten, er zijn honderdvijftig tot tweehonderd passagiers aan boord, er is geen zeedag, en je vaart vaak 's nachts zodat de dagen aan wal zijn.
De hutten op het onderste dek liggen half onder de waterlijn en hebben een raam dat niet open kan; daarboven zit het Franse balkon, een raam dat over de volle breedte openschuift. Een echt balkon zit er zelden op, want dat kost ruimte in een romp die op de sluizen is gemaakt.
De brughoogte bepaalt de rest: het stuurhuis kan zakken, de zonnedekken worden bij lage bruggen ontruimd en de parasols gaan plat. Dat gebeurt op de Donau meermaals per dag.
Scenic River Cruises · vanuit Boekarest
130 reizen over de Donau
129 reizen over de Donau
111 reizen over de Donau
107 reizen over de Donau
105 reizen over de Donau
101 reizen over de Donau
92 reizen over de Donau
91 reizen over de Donau
88 reizen over de Donau
86 reizen over de Donau
83 reizen over de Donau
80 reizen over de Donau