Gemeten over ruim vierentwintigduizend afvaarten: een balkon kost zevenendertig procent meer dan een binnenhut, van binnen naar buiten is de stap maar honderdtwintig euro, en in Alaska betaal je het meest voor je uitzicht.
Gemeten over alle afvaarten in ons aanbod waarvan zowel de binnenhut- als de balkonprijs bekend is, ruim vierentwintigduizend stuks, is het verschil tussen die twee in de helft van de gevallen minder dan driehonderd euro per persoon. Uitgedrukt in procenten: een balkonhut kost ongeveer zevenendertig procent meer dan de goedkoopste hut op hetzelfde schip, op dezelfde reis.
Dat is minder dan de meeste mensen denken, en het is ook precies waar het misverstand zit. Die zevenendertig procent zegt niets over de vraag of een balkon de moeite waard is. Dat hangt af van wat voor reis je maakt, en dat verschil is groot genoeg om er een aparte beslissing van te maken in plaats van een gevoelskwestie.
Wat je hieronder vindt: wat de vier hutsoorten werkelijk kosten, op welke reizen een balkon zichzelf terugverdient en op welke niet, en de dingen die bij het kiezen van een hutnummer vaker fout gaan dan bij het kiezen van de categorie.
Een binnenhut heeft geen raam. Verder is hij vrijwel identiek aan de andere hutten: even groot bed, dezelfde badkamer, dezelfde kast. Wat je mist is daglicht, en dat merk je vooral 's ochtends, want zonder raam is het er om acht uur net zo donker als om drie uur.
Een buitenhut heeft een raam of een patrijspoort die niet open kan. Je ziet buiten, je hoort niets, en je hebt geen eigen buitenruimte.
Een balkonhut heeft een eigen stuk buitendek met een deur die open kan. Dat laatste is het echte verschil: frisse lucht wanneer je wilt, en een plek waar je kunt zitten zonder eerst een ligstoel te zoeken op een dek waar driehonderd mensen hetzelfde willen.
Een suite is groter, heeft vaak een zithoek en soms een tweede badkamer, maar de belangrijkste winst zit meestal niet in de vierkante meters. Bij veel rederijen krijg je er voorrang bij het inchecken, een eigen restaurant of een conciërge bij. Bij Holland America Line bijvoorbeeld zit in een Neptune-suite het merendeel van het Club Orange-pakket al inbegrepen, terwijl je dat er anders los bij koopt.
Dit is het cijfer dat het vaakst verrast. Het verschil tussen een binnenhut en een buitenhut is in ons aanbod ongeveer honderdtwintig euro per persoon. Dat is voor een reis van een week een bedrag in de orde van twee excursies.
Daarna wordt het duurder. Het gemiddelde ligt in ons hele aanbod rond de twaalfhonderdvijftig euro voor een binnenhut, veertienhonderd voor een buitenhut, zeventienhonderd voor een balkonhut en bijna achtentwintighonderd voor een suite, telkens per persoon voor de hele reis.
Als je twijfelt tussen binnen en buiten, is buiten dus bijna altijd de betere koop. Twijfel je tussen buiten en balkon, dan is dat een echte afweging, en daarvoor moet je weten wat voor reis je maakt.
De vuistregel is simpel: hoe meer zeedagen, hoe meer je aan een balkon hebt. Op een reis waarbij je elke ochtend in een andere haven wakker wordt en om acht uur van boord gaat, kijk je nauwelijks naar buiten vanuit je hut. Op een reis met drie zeedagen op rij zit je er uren.
Maar er is een tweede factor die zwaarder weegt en die zelden genoemd wordt: het weer bepaalt of je die deur ook opendoet. Een balkon in het Caribisch gebied in februari gebruik je de hele week. Een balkon op de Oostzee in mei gebruik je drie keer tien minuten, in een jas.
Dat maakt de rangorde anders dan je zou denken. Op een fjordenreis is het uitzicht vanaf je eigen balkon het sterkste argument dat er is, want het schip vaart overdag door landschap waar iedereen naar staat te kijken. Op een Middellandse Zeeroute met acht havens in tien dagen is een balkon vooral een plek waar je koffer niet ligt.
De meerprijs verschilt per bestemming, en niet zo'n beetje. Gemeten over het aanbod, als verschil tussen de binnenhut en de balkonhut op dezelfde afvaart:
Alaska is het buitenbeentje, en de reden is dat daar bijna iedereen een balkon wil: het schip vaart langs gletsjers en fjorden, het seizoen is kort, en de rederijen weten dat. Je betaalt daar het meest voor je balkon precies op de reis waar hij het meeste oplevert. Dat is geen tegenstrijdigheid, dat is de prijs van vraag en aanbod, en het is goed om het te weten voordat je de tabel opent.
Het verschil tussen de hutcategorieën loopt op met de reisduur, en sneller dan evenredig. Op reizen tot een week is het verschil tussen binnen en balkon in de helft van de gevallen zo'n tweehonderddertig euro per persoon. Op reizen van veertien dagen of langer is dat ruim zevenhonderd euro.
Dat is logisch, want je betaalt per nacht, maar het heeft een praktisch gevolg. Op een korte reis is een balkon een kleine uitgave met een klein nut: je bent er nauwelijks. Op een lange reis is het een flinke uitgave met een groot nut: je zit er elke zeedag. De twee lopen dus niet uit elkaar, ze versterken elkaar, en dat maakt de keuze bij een lange reis belangrijker dan bij een korte.
Wie op een lange reis op de prijs let en toch daglicht wil, kiest de buitenhut. Dat is in ons aanbod de categorie die het minst gekozen wordt terwijl hij voor die reis vaak het verstandigst is.
Hier gaat het vaker mis dan bij de keuze tussen binnen en balkon, en het kost niets om het goed te doen.
Hoogte en positie. Een schip beweegt het minst in het midden en op de lagere dekken. Wie gevoelig is voor deining boekt daar, en niet vooraan op een hoog dek, waar dezelfde golf een stuk meer uithaalt.
Wat er boven en onder je zit. Een hut onder het buffet betekent dat er 's ochtends vroeg met meubilair wordt geschoven. Een hut onder het theater of boven de discotheek betekent muziek tot laat. Een hut naast de liften of naast de wasserette betekent de hele dag loop. De plattegrond van het schip laat dat zien; de prijs niet.
Balkons die niet privé zijn. Op sommige schepen kijken hutten op een lager dek uit op een uitstekend deel van het dek erboven, of ligt je balkon in het zicht van een openbare loopbrug. Dat staat zelden in de omschrijving en altijd op de plattegrond.
Op de scheepspagina's op deze site staat per schip de indeling met dekken en hutcategorieën. Dat is vijf minuten kijken voordat je boekt, en het is het enige deel van deze beslissing dat je achteraf niet meer kunt veranderen.
De vanafprijs op een cruisepagina is bijna altijd de goedkoopste binnenhut op het rustigste vertrekmoment. Drie dingen zitten daar niet in en veroorzaken de meeste teleurstelling achteraf.
Het tarief bepaalt of je je hut mag kiezen. Bij MSC geeft het goedkoopste tarief geen hutkeuze: je koopt een categorie en krijgt een nummer toegewezen, soms pas kort voor vertrek. Dat heet bij de meeste rederijen een garantiehut. Het is goedkoper, en je kunt dus ook onder het buffet terechtkomen.
De prijs is per persoon bij twee in een hut. Reis je alleen, dan rekenen vrijwel alle rederijen een toeslag die richting de volle tweede persoon kan lopen. Een binnenhut is dan opeens geen koopje meer.
Wat er standaard bij komt. De dagelijkse servicevergoeding, de dranken en de excursies staan los van je hutkeuze, maar ze bepalen wel wat er nog over is van je budget. Wie de fooien en een drankenpakket meetelt, komt er soms achter dat het balkon van tafel moet.
Een suite is gemiddeld meer dan het dubbele van een binnenhut. Puur voor de ruimte is dat zelden te verdedigen. Waar het wel opgaat: wanneer de voordelen die erbij horen dingen zijn die je anders toch zou kopen.
Zit er een eigen restaurant, onbeperkt internet, een drankenpakket en voorrang bij het inchecken bij, en zou je die vier los bij elkaar duizend euro kosten, dan verandert de rekensom. Bij de rederijen in het premiumsegment is dat vaker zo dan bij de massarederijen, waar een suite vooral een grotere hut is.
Reis je met vier personen, dan is er nog een reden: een suite met een aparte zithoek en een tweede badkamer kan goedkoper uitpakken dan twee gewone hutten naast elkaar. Reken dat door voordat je twee hutten boekt.