611 boekbare reizen langs 13 havens, vanaf €755 per persoon.
Er zijn 611 boekbare riviercruises over de Douro, langs 13 aanlegplaatsen in Portugal en Spanje.
389 daarvan duren vijf tot zeven dagen, en dat is vrijwel altijd dezelfde reis: heen van Porto naar de Spaanse grens en terug, ruim tweehonderd kilometer per richting.
De goedkoopste begint bij €755 per persoon, wat hoger is dan op de Duitse en Franse rivieren; er varen 15 schepen. De drukst aangedane plaatsen zijn Regua, Pinhao, Porto en Vega de Terrón en de rederijen zijn AmaWaterways, Emerald Cruises, Scenic River Cruises en Nicko Cruises.
Porto staat op 401 vertrekken en is daarmee vrijwel de enige opstaphaven. Dat het aanbod klein is heeft een reden die je onderweg overal ziet: deze rivier is pas een halve eeuw bevaarbaar.
De Douro was tot in de twintigste eeuw een wilde rivier met stroomversnellingen, rotsdrempels en een verval van meer dan honderd meter tussen de grens en de monding.
De wijn werd afgevoerd met rabelos: platte houten boten met een groot zeil en een roer dat vanaf een verhoogd platform werd bediend, die met de stroom mee naar Porto voeren. Dat was gevaarlijk werk en er zijn er veel vergaan; de terugweg ging over land.
Tussen 1964 en 1985 zijn er vijf stuwdammen met sluizen gebouwd, van Crestuma bij de monding tot Pocinho. Daarmee is de rivier een trap van stuwmeren geworden en werd hij pas bevaarbaar voor passagiersschepen.
Die sluizen zijn de reden dat dit een bijzondere vaart is. Bij Carrapatelo ga je in één keer vijfendertig meter omhoog of omlaag, en bij Bagaúste dertig; dat zijn twee van de hoogste sluiskolken van Europa. Het schip vaart een betonnen schacht in waar aan weerszijden een muur van dertig meter oprijst.
Ga daarvoor aan dek staan. Het duurt een klein half uur en het is voor veel passagiers het onderdeel dat ze zich achteraf het best herinneren.
De schepen die hier varen zijn bovendien aan die sluizen gebonden: maximaal tweeëntachtig meter lang en vijf meter hoog boven de waterlijn. Daardoor zijn ze kleiner dan elders, met tachtig tot honderdvijftig passagiers, en dat verklaart mede de hogere prijs.
Vanaf Regua, dat met 519 aanlopen bovenaan staat, begint de Alto Douro: de streek waar port vandaan komt.
Die is in 1756 door de markies van Pombal afgebakend met stenen palen in het veld, met regels over wie wat mocht maken en verkopen. Dat wordt beschouwd als de eerste wettelijk begrensde wijnstreek ter wereld, ruim anderhalve eeuw voor de Franse benamingen.
De reden was fraude. De Engelsen kochten hier al sinds de zeventiende eeuw wijn, en toen de vraag steeg werd er bijgemengd met vlierbessen en suiker; de afbakening moest de naam beschermen.
Het landschap dat daaruit is voortgekomen staat sinds 2001 op de Werelderfgoedlijst. De hellingen zijn met de hand tot terrassen gemaakt, met muurtjes van gestapelde leisteen, en op de steilste delen staan de stokken in verticale rijen die recht de helling op lopen.
Dat is geen decor maar werkland. De grond is leisteen, die de wortels tot tien meter diep laat zoeken naar water, en er valt in de zomer maandenlang niets; de temperatuur loopt in het binnenland op naar veertig graden terwijl het aan de kust bij Porto twintig is.
De quintas, de wijnhuizen op de hellingen, zijn te bezoeken en dat is de vaste excursie. Er wordt uitgelegd hoe de druiven worden getreden, want dat gebeurt op de betere huizen nog met blote voeten in stenen bakken: een machine perst de pitten stuk en een voet niet.
Port is wijn waarvan de gisting halverwege wordt gestopt door er wijnalcohol bij te gieten.
Daardoor blijft er suiker in en komt het alcoholpercentage op twintig. Dat is in de achttiende eeuw begonnen omdat de wijn de zeereis naar Engeland niet overleefde; het bleek beter te worden van die behandeling en de zoete versterkte wijn werd het product zelf.
De vaten gingen vroeger met de rabelos naar Vila Nova de Gaia, aan de overkant van de rivier bij Porto, waar het klimaat vochtiger en koeler is dan in het dal. Daar liggen de lodges van de handelshuizen nog, met namen die Engels klinken omdat de handel Engels was: Taylor's, Graham's, Sandeman, Croft.
Wat je in die kelders leert is het verschil tussen de soorten. Ruby rijpt kort in grote vaten en blijft fruitig; tawny rijpt jaren in kleine vaten en wordt nootachtig en lichter van kleur; vintage komt alleen uit jaren die goed genoeg zijn en rijpt daarna decennia op de fles.
De boten die je in Gaia langs de kade ziet liggen zijn geen werkboten meer. Ze varen één keer per jaar een wedstrijd en liggen de rest van het jaar als reclame voor de merken waarvan de naam op het zeil staat.
Er wordt tegenwoordig ook gewone droge wijn gemaakt in dit dal, en die heeft de laatste twintig jaar een reputatie opgebouwd. Vraag daarnaar bij een proeverij; het is vaak de interessantere fles van de twee.
Porto zelf staat op 479 aanlopen en de schepen liggen in Gaia, aan de overkant van de rivier, met de oude stad ertegenover.
Die oude stad staat sinds 1996 op de Werelderfgoedlijst. Wat je ziet is een helling vol huizen met azulejo-tegels, smalle straten die naar de kade aflopen, en de brug van Dom Luís I uit 1886: een boog van tweehonderd meter met twee rijbanen boven elkaar, gebouwd door een compagnon van Gustave Eiffel.
Over de bovenste rijbaan loopt de metro en kun je wandelen. Dat is de beste manier om de stad te zien: je staat zestig meter boven het water met de hele bocht van de rivier onder je.
Aan het andere eind van de reis ligt Vega de Terrón, op 399 aanlopen. Dat is Spaans grondgebied en er is niets: een steiger, een parkeerplaats en een weg.
Vandaar rijdt de bus in een uur naar Salamanca, en dat is het doel. Die stad heeft de oudste universiteit van Spanje, uit 1218, twee kathedralen die tegen elkaar aan zijn gebouwd, en een plein dat als het mooiste van het land wordt aangewezen; de zandsteen kleurt er goudkleurig op.
Wie niet meegaat, blijft aan boord of maakt een wandeling langs de rivier. Er is geen dorp binnen loopafstand.
Oktober telt 110 reizen, september 94 en november 61. Januari en februari komen allebei uit op nul.
Het seizoen loopt van maart tot december, met het zwaartepunt in het najaar. September en oktober zijn de oogstmaanden: dan wordt er geplukt, en de quintas draaien op volle toeren.
Wie in de zomer vaart, moet weten dat het in het dal heet is. Juli en augustus lopen op naar vijfendertig tot veertig graden, terwijl het in Porto aan zee twintig graden koeler kan zijn; het schip heeft airconditioning en de terrassen op de quintas niet.
Het voorjaar is groen en bloeiend en aanmerkelijk koeler. Wie voor het landschap komt en niet voor de oogst, kiest mei of juni.
Dit is een rivier waar het varen zelf het uitje is. Je zit dagen achtereen aan dek met de terrassen aan beide kanten, en er is meer vaartijd overdag dan op de Rijn of de Donau; het schip vaart hier nauwelijks 's nachts, want de sluizen zijn dan dicht.
Neem daar rekening mee bij de keuze van je hut. Op deze rivier zit je vaker aan dek en het uitzicht telt zwaarder dan elders.
De treinlijn langs de rivier is een alternatief voor wie een dag over wil slaan: die loopt van Porto tot Pocinho, hangt op sommige stukken boven het water, en er rijdt in het seizoen een stoomtrein op het laatste traject.
95 reizen over de Douro
94 reizen over de Douro
89 reizen over de Douro
87 reizen over de Douro
80 reizen over de Douro
76 reizen over de Douro
38 reizen over de Douro
34 reizen over de Douro
10 reizen over de Douro
2 reizen over de Douro
2 reizen over de Douro
1 reizen over de Douro