De Rijn vertrekt vanuit Amsterdam en Keulen, met burchten en wijnheuvels; de Donau heeft Wenen en Boedapest en is per nacht zo'n vijftien procent goedkoper. Wat het verschil echt is, en waarom de late zomer een risico is.
Foto: Sabine Freiberger via Pexels
Kies de Rijn als je dicht bij huis wilt beginnen, van burchten, wijnheuvels en Duitse stadjes houdt, en geen vlucht wilt. Kies de Donau als je hoofdsteden wilt zien, Wenen, Bratislava en Boedapest, en een iets lagere prijs per nacht belangrijk vindt. Het zijn de twee grootste rivieren voor riviercruises in Europa, en in ons aanbod ongeveer even groot: zo'n elfhonderd reizen op de Rijn en twaalfhonderd op de Donau voor het komende jaar.
Wie niet kan kiezen, kan allebei: zo'n tweehonderd reizen combineren de twee rivieren, de meeste van Amsterdam over de Rijn, de Main en het Main-Donaukanaal naar Boedapest, of andersom. Dat duurt meestal twee weken.
Hieronder de verschillen die er echt toe doen: de route, wat je ziet, wat het kost, en waar het mis kan gaan.
De klassieke Rijnreis duurt een week en vaart van Amsterdam naar Bazel in Zwitserland, of andersom. Onderweg liggen Keulen, Koblenz, Rüdesheim, Heidelberg of Mannheim, Straatsburg en Breisach in de Elzas. Het hoogtepunt is het Middenrijndal tussen Koblenz en Bingen, waar de rivier smal wordt, de hellingen vol wijngaarden staan en er om de paar kilometer een burcht op een rots ligt, met de Loreley halverwege. Dat stuk staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO.
Het grote voordeel voor Nederlanders: een flink deel van de Rijnreizen vertrekt uit Amsterdam, Keulen of Düsseldorf. Je stapt in met de trein of de auto. Van de Rijnreizen in ons aanbod vertrekt bijna een kwart uit Amsterdam en ongeveer evenveel uit Keulen of Düsseldorf.
Er zijn ook korte reizen van vier of vijf nachten, bijvoorbeeld vanuit Keulen naar Rüdesheim en terug. Daarmee kun je een riviercruise uitproberen zonder er een week vakantie aan te besteden. Bij een enkele reis van Amsterdam naar Bazel moet je wel terug: met de trein is dat zes tot acht uur.
De klassieke Donaureis begint in Passau, aan de grens van Duitsland en Oostenrijk, en vaart in een week via Linz, Melk en Dürnstein naar Wenen, Bratislava en Boedapest, en weer terug. De Wachau, het dal tussen Melk en Krems met wijngaarden, abdijen en kleine dorpjes, staat net als het Middenrijndal op de werelderfgoedlijst.
Het verschil met de Rijn zit in de steden. Wenen, Bratislava en Boedapest zijn drie hoofdsteden op één route, en het binnenvaren van Boedapest bij avond, langs het verlichte parlementsgebouw, is een van de mooiste momenten van een riviercruise.
Voor de Donau moet je wel verder reizen. Passau ligt vanuit Utrecht op acht tot negen uur met de trein; de meeste mensen vliegen naar München, Wenen of Boedapest en reizen van daaruit naar het schip. Langere reizen varen verder stroomafwaarts naar Roemenië en Bulgarije, tot aan de Zwarte Zee.
De Donau is per nacht goedkoper. In ons aanbod ligt de middenprijs van een Donaureis op zo'n €340 per persoon per nacht, die van een Rijnreis op bijna €400. Dat is ongeveer vijftien procent verschil, voor reizen van vergelijkbare lengte.
Bij beide rivieren zit het grootste prijsverschil niet in de rivier, maar in de rederij. Duitstalige rederijen als A-ROSA, VIVA en nicko cruises zijn een stuk goedkoper dan Engelstalige als AmaWaterways, Emerald, Scenic en Uniworld, maar rekenen ook minder in de prijs. Hoe groot dat verschil is, en waar het in zit, staat uitgebreid in ons artikel over kerstmarkten per riviercruise.
Reken bij de Donau ook de reis naar het schip mee. Een vlucht naar Wenen of Boedapest en een transfer naar Passau kan het prijsverschil met de Rijn weer goedmaken, zeker als je met z'n tweeën vanuit Amsterdam had kunnen vertrekken.
Riviercruiseschepen zijn plat, maar ze hebben wel water nodig. In droge zomers zakt de waterstand van de Rijn soms zo ver dat schepen niet meer verder kunnen. Het bekendste meetpunt is Kaub, in het Middenrijndal. In 2018 stond de peilschaal daar in oktober op 25 centimeter, en in augustus 2022 opnieuw onder de 30. Ook op de Donau kwam het voor dat schepen in Wenen moesten stoppen.
Rederijen lossen dat op verschillende manieren op. Ze wisselen passagiers tussen twee schepen aan weerszijden van het ondiepe stuk, ze zetten bussen in voor een deel van de route, of ze laten het schip een paar dagen op één plek liggen en maken de rest per bus. In het ergste geval wordt een reis geannuleerd. Meestal krijg je dan je geld terug of een andere reis aangeboden, maar de vakantie die je voor ogen had, krijg je niet.
Het risico is het grootst in de late zomer en het begin van de herfst, van augustus tot oktober. Het omgekeerde kan ook: bij hoogwater in het voorjaar passen schepen soms niet onder de bruggen door. Wie geen risico wil, kiest mei, juni of de kerstmarktperiode.
Het Main-Donaukanaal verbindt sinds 1992 de Main, en daarmee de Rijn, met de Donau. Daardoor kun je in één reis van de Noordzee naar de Zwarte Zee varen. De meeste van die reizen varen van Amsterdam naar Boedapest of andersom, in ongeveer veertien nachten, langs Keulen, het Middenrijndal, Würzburg, Bamberg, Neurenberg, Regensburg, Passau, Wenen en Bratislava.
Dat zijn vooral reizen van Emerald en Scenic, en ze zijn per nacht niet duurder dan een gewone Rijnreis. Voor wie eens per paar jaar een riviercruise maakt, is dit de reis waarin je alles ziet. Je vertrekt bovendien vanuit Amsterdam, en vliegt alleen terug.
Twijfel je of een riviercruise of een zeecruise beter past? Op een rivier word je in ieder geval niet zeeziek; zie ons artikel over zeeziekte op een cruise.