425 boekbare reizen langs 6 havens, vanaf €1649 per persoon.
Er zijn 425 boekbare reizen die Servië aandoen, langs 6 havens. Belgrado draagt er 506, Novi Sad 360, de IJzeren Poort 191, Golubac 125 en Donji Milanovac 111.
Alle 506 reizen zijn riviercruises: 350 staan geboekt als luxe riviercruise en 312 als gewone, en die twee categorieën overlappen. Er is in dit land geen zeecruise en er kan er ook geen zijn, want Servië heeft geen kust.
Belgrado komt op elke reis voor, want de stad ligt op de plek waar de Sava in de Donau uitkomt en er is geen route langs die haar overslaat. Dat is honderd procent, en dat kom je bij weinig landen tegen.
222 van de 425 reizen duren tien tot veertien dagen en 163 vijf tot zeven. De goedkoopste begint bij €1.649 per persoon, en dat is een van de hoogste startbedragen op deze site; er varen maar eenendertig verschillende schepen en het aanbod bestaat vrijwel geheel uit de duurdere klasse.
Tussen Golubac en Kladovo snijdt de rivier honderdvijftien kilometer lang door de Karpaten, en dat levert een doorgang op die met niets anders op deze route te vergelijken is.
Op het smalste punt is de Donau nog geen honderdvijftig meter breed, met wanden van driehonderd meter aan weerszijden. Vroeger was dit het gevaarlijkste stuk van de hele rivier: er lagen rotsdrempels onder water en de stroming liep op tot vijf meter per seconde, waardoor schepen stroomopwaarts met ossen langs de oever moesten worden getrokken.
Dat is veranderd door twee stuwdammen, gebouwd door Joegoslavië en Roemenië samen tussen 1964 en 1984. Het waterpeil steeg daardoor tientallen meters, de rotsen verdwenen onder water, en de doorgang werd bevaarbaar.
Er is een prijs voor betaald. Het eiland Ada Kaleh, midden in de rivier, is er volledig door verdwenen. Daar woonde een Turkse gemeenschap van enkele honderden mensen die er sinds de achttiende eeuw zat, met een moskee, een bazaar en een eigen bestuur; de bewoners zijn verhuisd en het eiland ligt nu onder tientallen meters water.
Wat je onderweg wel ziet: bij Golubac staat een burcht uit de veertiende eeuw met negen torens tegen de rotswand, en verderop is in de rots een kop van veertig meter uitgehakt van Decebalus, de laatste koning van de Daciërs. Die is tussen 1994 en 2004 gemaakt en is dus geen oudheid.
Aan de Servische kant ligt Lepenski Vir, een nederzetting van rond 7000 voor Christus met stenen beelden van figuren met visachtige gezichten. Ook die is bij de bouw van de dam verplaatst, naar een terras hoger op de oever.
De hoofdstad ligt op een landtong tussen twee rivieren en dat heeft haar geschiedenis bepaald.
Wie die plek bezat, beheerste de doorgang tussen Midden-Europa en de Balkan. De stad is naar schatting veertig keer verwoest en telkens opnieuw opgebouwd; Romeinen, Byzantijnen, Hongaren, Ottomanen en Habsburgers hebben er gezeten, en in de twintigste eeuw is ze in twee wereldoorlogen gebombardeerd en in 1999 opnieuw.
Wat daarvan overblijft is een stad zonder oude binnenstad zoals Praag of Wenen die heeft. Wat er staat is negentiende-eeuws, tussenoorlogs en socialistisch door elkaar, en dat maakt het een stad die je moet leren lezen in plaats van bewonderen.
Het vaste punt is de Kalemegdan, de vesting op de landtong. Die is in lagen gebouwd door iedereen die er zat en het uitzicht vanaf de wallen over de samenvloeiing van Sava en Donau is de beste plek van de stad.
Daaronder ligt de voetgangersstraat Knez Mihailova met de negentiende-eeuwse gevels, en aan de andere kant Skadarlija, een geplaveide straat met eethuizen die als de bohemienwijk wordt verkocht en dat honderd jaar geleden ook was.
Aan de overkant van de Sava ligt Novi Beograd, in de jaren vijftig en zestig op moerasgrond gebouwd als de modelstad van het socialistische Joegoslavië: rechte blokken, brede lanen en het gebouw waar het centraal comité zat.
Novi Sad staat met 360 aanlopen op de tweede plaats en ligt tachtig kilometer stroomopwaarts van Belgrado.
Boven de stad, aan de overkant van de rivier, ligt Petrovaradin: een Habsburgse vesting uit de achttiende eeuw met zestien kilometer aan gangen onder de grond, gebouwd om de Ottomanen tegen te houden. Op de klokkentoren zit de grote wijzer op de uren en de kleine op de minuten, zodat schippers op de rivier de tijd van verre konden zien.
De stad zelf hoorde bij Hongarije en de Habsburgse monarchie en oogt daar ook naar: pastelkleurige gevels, een neogotische kerk aan het plein en brede straten.
Novi Sad ligt in de Vojvodina, een vlakke landbouwstreek waar Serviërs, Hongaren, Slowaken, Roemenen en Roetheners naast elkaar wonen; er zijn zes officiële talen in gebruik.
Zuidelijk daarvan liggen de heuvels van de Fruška Gora met zestien orthodoxe kloosters uit de vijftiende en zestiende eeuw, gebouwd toen dit gebied de laatste veilige plek was voor de Servische kerk. Die staan op de gangbare excursie.
De drie bruggen bij Novi Sad zijn in 1999 alle drie gebombardeerd. Dat de rivier daardoor maandenlang gestremd was en pas in 2005 weer volledig bevaarbaar werd, is de reden dat riviercruises hier pas sinds relatief kort komen.
De 506 reizen hier zijn een klein deel van een breder product: de lange Donaureis tussen Passau of Boedapest en de Zwarte Zee.
Dat is een andere reis dan het klassieke rondje Wenen, Bratislava, Boedapest. Er komen zes tot acht landen in voor, hij duurt tien tot veertien dagen, en er varen maar een handvol rederijen op. Uniworld staat op 194 reizen, AmaWaterways op 157.
Dat verklaart de prijs. Er is weinig aanbod, de schepen zijn klein, en de rederijen die het varen zitten allemaal in het duurdere segment. Wie een goedkope Donaureis zoekt, komt niet tot Servië.
De vertrekhavens zijn Budapest, Giurgiu en Boekarest. Boedapest staat op 107, Giurgiu in Roemenië op 80, Boekarest op 68 en Passau op 60, met Belgrado zelf op 55.
Wie op deze route boekt moet één ding nagaan: de reis is meestal in twee delen te koop, met een overstap of een lang landdeel erin, en niet elk schema vaart de hele afstand.
Oktober telt 89 reizen, september 82 en april 72. Januari komt uit op nul en december op 7.
Dat is de gewone riviercruisekalender: in de winter ligt de vloot in dok en is er ijsgang. Wat opvalt is dat de zomer hier lager staat dan het voor- en najaar, met juli op 49 en augustus op 43.
Daar is een reden voor. In juli en augustus loopt het in de Donauvlakte op naar vijfendertig graden en meer, en dan is een dag Belgrado zwaar. Bovendien kan de waterstand in droge zomers zo ver zakken dat schepen bepaalde stukken niet passeren; dat is op deze benedenloop minder erg dan bovenstrooms, maar het speelt.
April, mei, september en oktober zijn de aangenaamste maanden, met vijftien tot vijfentwintig graden.
Servië zit niet in de Europese Unie. Nederlanders hebben er voor kort verblijf geen visum nodig, maar er is wel een grens: je paspoort wordt aan boord ingenomen en de bemanning regelt de formaliteiten, net als bij de andere grenzen op deze route.
De munt is de dinar en niet de euro. Pinnen kan in Belgrado en Novi Sad overal; buiten de steden is contant geld handiger. Roaming valt niet onder de Europese regels, al hebben de landen in de regio onderling wel afspraken gemaakt; kijk je tarief na voor je gaat.
Scenic River Cruises · vanuit Budapest
83 reizen naar Servië
80 reizen naar Servië
42 reizen naar Servië
36 reizen naar Servië
33 reizen naar Servië
16 reizen naar Servië
14 reizen naar Servië
10 reizen naar Servië
10 reizen naar Servië
10 reizen naar Servië
10 reizen naar Servië
9 reizen naar Servië