De S.S. São Gabriel vaart voor Uniworld River Cruises. Hieronder staan de specificaties, de hutten en alle afvaarten die nu te boeken zijn.
De S.S. Sao Gabriel is een riviercruiseschip van Uniworld River Cruises dat de Douro in Noord-Portugal vaart.
Er staan nu 154 afvaarten open, met vertrekdata van oktober 2026 tot en met november 2028.
De havens die het vaakst op het programma staan zijn Pinhao, Barca d' Alva, Porto, Pocinho, Vega de Terrón en Regua.
Op de Douro geldt een strikte maximale scheepslengte, opgelegd door de sluizen; alle schepen op deze rivier zijn daarom ongeveer even groot, met plaats voor ruim honderd gasten.
De reizen zijn er in twee vormen: een lus van zeven nachten die in Porto begint en eindigt, en een van tien dagen met Lissabon of Salamanca erbij.
Deze rederij zit aan de bovenkant van de riviermarkt, en dat bepaalt zowel de prijs als wat er in de reissom zit.
De Douro was tot ver in de twintigste eeuw onbevaarbaar voor iets groters dan een platbodem.
De rivier komt uit Spanje, valt over een afstand van tweehonderd kilometer honderden meters, en had stroomversnellingen en rotsdrempels waar de wijnboten regelmatig op vergingen.
Tussen 1960 en 1985 zijn er vijf stuwdammen gebouwd, elk met een sluis, en daarmee is de rivier in trappen verdeeld waarop je kunt varen.
Die sluizen zijn diep. Bij Carrapatelo overbrug je in een keer ruim dertig meter, en dat is een van de grootste hoogteverschillen in een sluis in Europa.
Het schutten duurt daar een half uur en je staat op het zonnedek in een betonnen schacht met de wanden hoog boven je. Dat is een van de dingen die je op deze reis onthoudt.
Wat het opleverde: een rivier die bevaarbaar werd, en een wijnstreek die daardoor bereikbaar werd voor iets anders dan vracht.
De Douro-vallei is in 1756 als wijnstreek afgebakend, en dat was de eerste keer ter wereld dat dat gebeurde.
De markering ging met stenen palen in het landschap, de marcos pombalinos, en een deel daarvan staat er nog. Wie langs de oever kijkt, ziet ze staan.
De reden was fraude: er werd wijn uit andere streken als port verkocht, en de Portugese kroon greep in om de export naar Engeland te beschermen.
De hellingen zijn met de hand in terrassen gehakt, in leisteen, over een oppervlak dat in de honderden vierkante kilometers loopt. Dat werk is over eeuwen gedaan en het is nooit gemechaniseerd, want een machine komt er niet.
De hele vallei staat sinds 2001 op de werelderfgoedlijst, en anders dan bij veel erfgoed gaat het hier om een landschap dat nog volledig in bedrijf is.
Wat je vanaf het dek ziet is daardoor geen natuur maar werk: terrassen tot aan de bergkam, met quinta's ertussen.
Port is wijn waaraan tijdens de gisting druivenbrandewijn wordt toegevoegd, waardoor de gisting stopt en er suiker in blijft zitten.
Die techniek is ontstaan om de wijn de zeereis naar Engeland te laten overleven, en ze is gebleven omdat het resultaat beter beviel.
De druiven groeien in de vallei; het rijpen gebeurde traditioneel in Vila Nova de Gaia, aan de overkant van de rivier bij Porto, waar het klimaat koeler en vochtiger is.
De vaten gingen daarheen op de rabelo, een platte houten boot met een groot vierkant zeil. Die boten liggen er nu als decor, want sinds de dammen er zijn gaat het per vrachtwagen.
Op deze reis bezoek je quinta's in de vallei en pakhuizen in Gaia, en het proeven hoort bij het programma.
Wat je daarnaast tegenkomt is gewone rode en witte wijn uit dezelfde streek; die is de laatste decennia sterk verbeterd en buiten Portugal nog weinig bekend.
De aanlopen liggen dicht bij elkaar en de afstanden zijn klein; dit is een korte rivier met veel op korte afstand.
Porto is de vertrekplaats: een stad die tegen een steile oever is gebouwd, met een historisch centrum op de werelderfgoedlijst en een ijzeren brug van een leerling van Eiffel.
Regua is het middelpunt van de wijnhandel in de vallei en het opstappunt voor de quinta's in het achterland.
Pinhao heeft een station met een gevel vol azulejos, de blauwe tegeltableaus waarop de oogst staat afgebeeld, en het ligt in de bocht die op vrijwel elke foto van deze streek staat.
Vega de Terron ligt over de Spaanse grens en is het opstappunt voor Salamanca, een universiteitsstad met een plein dat als een van de mooiste van Spanje geldt.
Op de langere reizen komt Lissabon erbij, met een treinreis of vlucht daarnaartoe.
Deze rederij werkt met een all-in opzet en dat is bij het vergelijken het belangrijkste gegeven.
In de reissom zitten doorgaans alle maaltijden, de dranken aan boord inclusief wijn en port bij het eten, de fooien, de wifi en dagelijks een of meer excursies.
Op deze route weegt dat zwaar: een bezoek aan een quinta met proeverij kost los al gauw vijftig euro per persoon, en er staan er meerdere op het programma.
Wat er niet in zit is de vlucht naar Porto, en soms de transfer van de luchthaven naar de kade.
Vergelijk daarom nooit op de vanafprijs. Een riviercruise die dubbel zo duur begint als een zeecruise kan na optelling van dranken, fooien en excursies dichter bij elkaar uitkomen dan de brochure suggereert.
Reken ook mee dat een riviercruise korter is: zeven tot tien dagen is hier de norm.
Op een riviercruiseschip werkt de hutkeuze anders dan op zee, en op de Douro geldt dat extra.
Het schip heeft drie dekken. Op het onderste liggen de hutten deels onder de waterlijn, met een raam hoog in de wand dat niet open kan.
Op de twee bovenste dekken hebben de hutten een raam dat je kunt openen of een Franse balustrade, en die zijn merkbaar duurder.
Op deze rivier is dat het overwegen waard. Je vaart tussen hellingen die honderden meters oplopen, en dat zie je van een laag dek maar half.
Vermijd de achterste hutten als je gevoelig bent voor geluid; de machinekamer ligt daar en bij het schutten wordt er gemanoeuvreerd.
Midscheeps op het middelste dek zit je het rustigst, met uitzicht en zonder de loop van het zonnedek boven je.
Het seizoen loopt van maart tot november en de maanden verschillen sterk.
April en mei zijn zacht met achttien tot vijfentwintig graden, de hellingen zijn groen en er is nog water in de zijbeken.
Juli en augustus zijn heet: in de vallei loopt het naar veertig graden, want het is een dal tussen bergen waar de hitte blijft hangen.
September en oktober zijn hier het beste van het jaar. Dan is de vindima aan de gang, de oogst, en op sommige quinta's wordt de druif nog met de voeten getreden in stenen bakken.
Wie dat wil zien, moet in de tweede helft van september of de eerste helft van oktober gaan; de precieze weken verschillen per jaar met het weer.
In de winter vaart hier niets.
Dit is een reis voor wie wijn en landschap wil zien en het schip als drijvend hotel gebruikt.
Het werkt goed voor stellen en voor alleenreizenden die gezelschap zoeken; met ruim honderd gasten zit je aan tafel met dezelfde mensen.
Het werkt niet voor gezinnen met jonge kinderen: er is geen kinderclub en geen programma voor ze.
Het publiek bij deze rederij is overwegend Amerikaans en Brits, met daarnaast Europese gasten. De voertaal is Engels en er is geen Nederlandstalige begeleiding.
Wie geen wijn drinkt, moet zich afvragen of deze route past; de streek en het programma draaien erom, al is het landschap op zichzelf de reis waard.
Let op de excursies: de quinta's liggen op de hellingen en dat betekent klimmen over onregelmatige paden.
Porto is het vertrekpunt en dat is vanuit Nederland eenvoudig.
Er zijn rechtstreekse vluchten vanaf Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven van ongeveer drie uur, en de luchthaven ligt op een half uur van de kade.
De schepen liggen bij Vila Nova de Gaia of iets stroomopwaarts, op loop- of taxiafstand van het centrum.
Kom een dag eerder. Porto is die dag ruimschoots waard, en een vertraagde vlucht kost je anders het schip.
Omdat de weeklus in dezelfde stad begint en eindigt, heb je hier geen twee losse tickets nodig; dat is bij riviercruises eerder uitzondering dan regel.
Bij de langere reizen met Lissabon erbij is dat wel het geval, en dan boek je heen naar de ene stad en terug uit de andere.
Een dag op de Douro heeft een vaste vorm en het varen is er een groter deel van dan op de meeste rivieren.
Je ontbijt terwijl het schip ligt, en 's ochtends gaat een begeleide tocht de vallei in, naar een quinta of een dorp; die zit bij de prijs.
In de middag vaart het schip, en op deze rivier is dat het programma: de terrassen lopen aan weerszijden tot de bergkam en het landschap verandert per bocht.
Er wordt in een enkele zitting gegeten, aan tafels zonder vaste indeling, met een keuken die op Portugal is gericht: bacalhau, gegrilde sardines, en wijn uit de vallei zelf.
Na het eten is er muziek in de lounge, vaak met fado, of een spreker over de wijn.
Het zonnedek is de plek waar je de reis meemaakt, en bij lage bruggen wordt dat ontruimd omdat de doorvaarthoogte krap is.
Voor dit schip levert het boekingssysteem waarmee wij werken geen tonnage, bouwjaar of passagiersaantal aan. De gegevens hierboven beperken zich daarom tot wat wel vaststaat: het aantal open afvaarten, de vertrekperiode en de havens die op het programma staan.
Op dit moment staan er geen afvaarten in ons aanbod. Kijk later nog eens, of bekijk alle cruises. Alle cruises →