1.143 boekbare reizen langs 5 havens, vanaf €532 per persoon.
Er zijn 1.143 boekbare reizen die Saint Lucia aandoen, langs 5 havens. Castries draagt er 962, Soufrière 92, Rodney Bay 71, Marigot Bay 32 en Pigeon Island 13.
Dat verschil tussen de eerste twee is groter dan de cijfers laten zien. Castries is de hoofdstad in het noordwesten, met een diepe haven waar de grote schepen aan een kade liggen. Soufrière ligt in het zuidwesten, vlak onder de twee bergen waar dit eiland om bekendstaat, en daar gaan alleen kleine schepen voor anker.
Wie in Castries ligt en de Pitons wil zien, moet de weg over. Dat is dertig tot veertig kilometer, maar over een bergweg met haarspeldbochten, en dat kost anderhalf uur per richting. Een halve dag ben je dus kwijt aan heen en terug, en dat maakt het verschil tussen een excursie van acht uur en een middag aan het strand.
576 van de 1.143 reizen duren tien tot veertien dagen en 275 vijf tot zeven. De goedkoopste begint bij €532 per persoon, en dat is voor de Caribische Zee aan de hoge kant: het aandeel kleine en luxe schepen ligt hier hoog, met Seabourn op 97 reizen en Emerald Yacht Cruises op 49.
Gros Piton en Petit Piton zijn geen gewone bergtoppen maar vulkanische proppen: stollingsgesteente dat in de schoorsteen van een vulkaan is achtergebleven en overeind bleef staan toen de rest eromheen wegsleet.
Ze halen zevenhonderdeenenzeventig en zevenhonderddrieënveertig meter en ze beginnen bij de waterlijn, zonder aanloop. Dat laatste maakt het beeld: je ziet ze vanaf zee in hun volle hoogte, en tussen de twee door ligt een baai.
Sinds 2004 staat het gebied op de Werelderfgoedlijst, niet alleen om het uitzicht maar om het vulkanische systeem eronder. De twee bergen staan aan de rand van een oude caldera die nog altijd actief is.
Gros Piton is beklimbaar en dat is de makkelijkste van de twee; reken op vier tot vijf uur heen en terug met een gids, en het is geen wandeling maar een klim. Petit Piton is steiler en wordt afgeraden voor wie niet klimt.
Wie het van dichtbij wil zien zonder te klimmen, vaart. Vanaf Castries en Rodney Bay gaan boottochten langs de kust naar Soufrière, en dat is meteen de aangenaamste manier om er te komen, want dan hoef je de bergweg niet.
Bij Soufrière ligt een gebied met zwavelbronnen dat wordt aangeprezen als de enige vulkaan ter wereld waar je met de auto in kunt rijden.
Dat is een verkooptekst en geen aardrijkskunde. Wat er ligt is een oude caldera, de Qualibou, die zo'n veertigduizend jaar geleden is ingestort en waarvan de bodem breed en toegankelijk is. Je rijdt dus niet in een krater met een vuurmond maar over de vloer van een ingezakte vulkaan, tot vlak bij de plek waar het grondwater door de hitte omhoog komt.
Wat je er ziet is echt genoeg: borrelende poelen, damp die tussen de stenen uit komt en een geur van zwavel die je in je kleren meeneemt. De laatste uitbarsting van betekenis was rond 1766 en het is sindsdien bij stoom en warm water gebleven.
Vlakbij liggen de Diamond Falls met een botanische tuin eromheen, waar het water door de mineralen oranje en geel over de rotsen loopt. En er zijn warmwaterbaden, aangelegd in de achttiende eeuw voor de Franse troepen en na de revolutie in verval geraakt.
De modderbaden bij de zwavelbronnen zijn de bekendste bezigheid. Doe er geen goede kleren bij aan; de vlekken gaan er niet uit.
Saint Lucia is in de zeventiende en achttiende eeuw herhaaldelijk tussen Frankrijk en Groot-Brittannië heen en weer gegaan. De traditionele telling komt op veertien keer, en of dat getal precies klopt hangt ervan af wat je meetelt; het eiland heeft er de bijnaam Helena van West-Indië aan overgehouden, naar de vrouw om wie in de oudheid oorlog werd gevoerd.
De reden is de ligging en de haven. Castries heeft een diepe, beschutte baai en het eiland ligt tussen Martinique en Saint Vincent in, midden in de keten. Wie hier zat kon de vloot van de ander in de gaten houden.
Sinds 1814 is het definitief Brits geweest, tot de onafhankelijkheid in 1979. De officiële taal is dus Engels. Maar op straat spreekt een groot deel van de bevolking Kwéyòl, een creooltaal op Franse grondslag, en de plaatsnamen zijn Frans gebleven: Soufrière, Marigot, Vieux Fort, Anse la Raye.
Op Pigeon Island bij Rodney Bay staan de resten van de Britse marinebasis waar dat spel werd gespeeld. Admiraal Rodney hield vanaf die heuvel de Franse vloot bij Martinique in de gaten en voer er in 1782 vandaan uit om die vloot te verslaan. Het eilandje is in 1972 met een dam aan het vasteland vastgemaakt en is nu een park; je kunt de heuvel op voor het uitzicht.
Marigot Bay verderop is een inham die zo diep en smal is dat schepen er onzichtbaar liggen vanaf zee. Er wordt verteld dat een Britse vloot zich er ooit heeft verstopt door de masten met palmbladeren te camoufleren.
Saint Lucia telt ongeveer honderdtachtigduizend inwoners en heeft twee Nobelprijswinnaars voortgebracht. Naar verhouding tot de bevolking is dat een van de hoogste aantallen ter wereld.
Arthur Lewis kreeg in 1979 de prijs voor economie, voor werk over de ontwikkeling van arme landen dat nog altijd wordt onderwezen. Derek Walcott kreeg in 1992 die voor literatuur, voor poëzie waarin de Caribische geschiedenis en de Griekse klassieken door elkaar lopen.
Het aardige is dat ze allebei op 23 januari zijn geboren, Lewis in 1915 en Walcott in 1930. Die datum is op het eiland een feestdag geworden.
Wie in Castries van boord komt kan het huis van Walcott aan het plein zien liggen; het plein zelf is naar hem vernoemd. De stad heeft verder weinig historisch centrum meer, want ze is meerdere keren afgebrand, voor het laatst grondig in 1948. Wat er staat is naoorlogs.
Wel de moeite waard is de markt aan de haven, met kruiden, fruit en houtsnijwerk, en de kathedraal ernaast, die vanbinnen volledig is beschilderd door een lokale kunstenaar met Bijbelse taferelen waarin de figuren zwart zijn.
Tot in de jaren negentig leefde dit eiland van bananen. Groot-Brittannië nam ze af tegen een gegarandeerde prijs, als voorkeursbehandeling voor zijn voormalige koloniën, en het grootste deel van de boeren teelde er niets anders.
In de jaren negentig is die regeling na een reeks handelsgeschillen afgeschaft omdat ze in strijd werd bevonden met de wereldhandelsregels. De prijs zakte, de kleine boeren konden niet op tegen de plantages in Midden-Amerika, en de bedrijfstak is grotendeels verdwenen.
Wat ervoor in de plaats kwam is toerisme, en dat verklaart waarom een eiland van deze omvang zoveel cruisehavens heeft. Je ziet in het binnenland nog steeds bananenvelden, maar wat er groeit gaat nu grotendeels naar de eilanden zelf.
Voor een bezoeker betekent het dat de economie aan de kust zit en het binnenland leger is dan je zou verwachten. De rit naar Soufrière gaat langs regenwoud, dorpen en verlaten aanplant.
December telt 250 reizen, januari 238 en februari 200. Juni komt uit op 2 en mei op 5.
Dat is een van de scherpste verschillen in dit aanbod en het komt door het orkaanseizoen, dat hier van juni tot en met november loopt. Saint Lucia ligt midden in de baan die stormen vanaf West-Afrika volgen; in 2010 trok orkaan Tomas er overheen en richtte grote schade aan.
De vertrekhavens zijn Bridgetown, San Juan en La Romana. Bridgetown staat met 314 ver bovenaan, gevolgd door San Juan met 172. Dat eerste is geen toeval: Barbados ligt op tweehonderd kilometer en is de thuishaven van waaruit de zuidelijke keten in een week te doen is.
De rederijen zijn P&O Cruises, Seabourn, AIDA en MSC Cruises, met P&O op 128 reizen, MSC op 114 en Seabourn op 97. Dat de eerste een Britse maatschappij is past bij de geschiedenis en bij de vliegverbinding: er is een rechtstreekse vlucht vanaf Londen.
Er varen honderdtien verschillende schepen. De munt is de Oost-Caribische dollar, vast gekoppeld aan de Amerikaanse, en met dollars betalen kan overal.
70 reizen naar Saint Lucia
67 reizen naar Saint Lucia
49 reizen naar Saint Lucia
46 reizen naar Saint Lucia
39 reizen naar Saint Lucia
37 reizen naar Saint Lucia
36 reizen naar Saint Lucia
35 reizen naar Saint Lucia
30 reizen naar Saint Lucia
29 reizen naar Saint Lucia
29 reizen naar Saint Lucia
27 reizen naar Saint Lucia