178 boekbare reizen langs 6 havens, vanaf €839 per persoon.
Er zijn 178 boekbare reizen die de Faeröer aandoen, langs 6 havens. Tórshavn draagt er 81, Runavík 80, Klaksvík 44 en Vestmanna 5.
Mei telt 46 reizen, juni 41 en juli 33. Van november tot en met februari staat elke maand op nul.
De archipel ligt halverwege IJsland en Noorwegen, driehonderd kilometer ten noorden van Schotland, en bestaat uit achttien eilanden waarvan er zeventien bewoond zijn. Er wonen ongeveer vierenvijftigduizend mensen op vijftienhonderd vierkante kilometer.
94 van de 178 reizen duren vijftien dagen of langer en 60 tien tot veertien. De goedkoopste begint bij €839 per persoon; er varen dertig schepen en 92 reizen zijn geboekt als luxe zeecruise.
Wat deze eilanden bijzonder maakt is de vorm: basaltlagen die als een taart op elkaar liggen en die door gletsjers en zee zijn afgesneden, waardoor er kliffen van zeshonderd meter recht uit het water komen.
Er groeit geen boom. Het klimaat en de wind laten het niet toe; wat er is, is gras, mos en schapen. Die schapen zijn er in aantal groter dan de bevolking en de naam van de eilanden verwijst er waarschijnlijk naar.
De huizen hebben daken van gras, en dat is geen decoratie maar isolatie: een laag zoden op berkenbast houdt de warmte binnen en het water buiten. In Tórshavn staat een hele wijk zo, op het schiereiland Tinganes.
Dat schiereiland is het bestuurlijke hart en dat is het al meer dan duizend jaar. Het Løgting, het parlement, is rond het jaar 900 als thing op deze rotsen begonnen en geldt daarmee als een van de oudste vergaderingen van Europa die nog functioneert.
Wat je verder tegenkomt zijn tunnels. De eilanden zijn met tweeëntwintig tunnels verbonden, waarvan er drie onder de zeebodem door lopen; in een daarvan ligt de eerste onderzeese rotonde ter wereld, met een lichtkunstwerk erin.
Op de Faeröer regent het op ongeveer driehonderd dagen per jaar en de wind haalt gemiddeld windkracht vijf.
De temperatuur is daarentegen opvallend gelijkmatig: drie tot vier graden in de winter en elf tot dertien in de zomer. De Golfstroom zorgt ervoor dat het hier zelden vriest, op dezelfde breedte als het zuiden van Groenland.
Wat je krijgt is mist. Die trekt in en uit binnen minuten, en dat betekent dat een uitzicht dat er om tien uur niet is er om elf uur wel kan zijn, en andersom. Faeröerders zeggen dat je hier alle vier de seizoenen op een dag krijgt, en dat is niet als grap bedoeld.
Voor een havendag betekent dat: neem waterdichte kleding mee, ga uit van wind, en houd er rekening mee dat een excursie naar de kliffen weinig oplevert als het dichtzit.
Voor het schip betekent het iets anders. Tórshavn en Klaksvík hebben een kade, maar bij een aantal plaatsen wordt getenderd en dat gaat bij deining niet door. Aanlandingen vervallen hier met enige regelmaat.
De zomer is licht: in juni gaat de zon om elf uur onder en om vier uur weer op, en het wordt tussendoor niet echt donker.
De kliffen van deze eilanden zijn een van de belangrijkste broedgebieden van de Noord-Atlantische Oceaan.
Er broeden naar schatting een half miljoen paar papegaaiduikers, plus jan-van-genten, drieteenmeeuwen, alken en zeekoeten. Mykines, het westelijkste eiland, heeft de bekendste kolonie en er loopt een pad langs de rand.
De papegaaiduikers zijn er van half april tot half augustus en daarna niet meer. Wie er speciaal voor komt moet dus op de maand letten; in september zijn ze naar zee vertrokken.
Vestmanna, met 5 aanlopen, is de plek voor de vogelkliffen vanaf het water. Daar varen boten langs wanden van zeshonderd meter en door grotten, en dat is een van de weinige manieren om de schaal ervan te vatten.
Er is ook een uitzicht dat op elke foto van deze eilanden staat: het meer Sørvágsvatn, dat door een gezichtsbedrog honderd meter boven de oceaan lijkt te zweven. Het ligt in werkelijkheid dertig meter hoger dan de zee, en het beeld ontstaat doordat je vanaf de goede hoek kijkt. Erheen lopen kost een uur.
Wat je onderweg ziet zijn watervallen die van de kliffen recht de zee in vallen, en bij harde wind naar boven worden geblazen.
Gásadalur aan de westkant is het dorp waar dat het bekendst gebeurt: een waterval die vanaf een rand van dertig meter recht in de oceaan valt, met het dorp erachter. Tot 2004 was die plaats alleen te voet over een bergpad te bereiken, en de post werd drie keer per week over die pas gedragen. Sindsdien ligt er een tunnel.
Klaksvik, met 44 aanlopen, is de tweede stad en de basis van de visserijvloot. De kerk daar heeft een oude roeiboot als plafondornament, opgehangen ter herinnering aan de mannen die op zee zijn gebleven, en een doopvont van vijftienhonderd jaar oud dat uit een heidense tempel komt.
De Faeröer horen bij het Koninkrijk Denemarken maar hebben sinds 1948 zelfbestuur, met een eigen parlement, een eigen regering, een eigen vlag en een eigen taal.
Ze zijn geen lid van de Europese Unie, ook niet toen Denemarken in 1973 toetrad; de reden is visserij. Die bedrijfstak levert ruim negentig procent van de uitvoer en het gebied wilde de zeggenschap over zijn wateren houden.
Het Faeröers is een Noord-Germaanse taal die uit het Oudnoors is voortgekomen, verwant aan het IJslands. Er zijn ongeveer zeventigduizend sprekers wereldwijd. Deens is de tweede taal en Engels wordt goed gesproken.
Er is een onderwerp dat op deze eilanden gevoelig ligt en dat je waarschijnlijk tegenkomt: de grindadráp, de traditionele jacht op grienden. Die vindt enkele keren per jaar plaats, wanneer een school wordt gesignaleerd, en het vlees wordt onder de gemeenschap verdeeld zonder handel.
Het is internationaal omstreden en er is in 2021 veel aandacht geweest voor een vangst waarbij een uitzonderlijk groot aantal dolfijnen omkwam; daarna zijn er beperkingen ingevoerd. Voor bezoekers geldt: het gebeurt zelden en niet op een aankondiging, en het is niet iets waar je op afkomt.
Wat je wel kunt proeven is skerpikjøt, schapenvlees dat maandenlang in een open schuur aan de wind wordt gedroogd. Dat is een smaak waar je aan moet wennen.
De rederijen zijn Seabourn, Princess Cruises, Holland America Line en Explora Journeys, met Seabourn op 44 reizen, Princess op 34 en Holland America op 19.
De vertrekhavens zijn Reykjavík, Kopenhagen en Southampton, met Reykjavík op 42, Kopenhagen op 30 en Southampton op 18. De routes waar deze eilanden op liggen zijn die tussen Schotland, IJsland en Noorwegen.
De munt is de Faeröerse kroon, die op één staat met de Deense; Deense kronen worden overal aangenomen en de Faeröerse niet daarbuiten. Pinnen kan overal en contant geld is nauwelijks nodig.
Het gebied hoort niet bij het Schengengebied. Nederlanders hebben er voor kort verblijf geen visum nodig, maar je paspoort kan worden gevraagd; een identiteitskaart volstaat niet altijd.
Roaming valt niet onder de Europese regels omdat het gebied buiten de EU valt. Dat kan flink oplopen; zet dataroaming uit of koop een lokale kaart.
Prijzen liggen op Scandinavisch niveau, dus hoger dan in Nederland, en dat geldt vooral voor eten buitenshuis.
Hurtigruten Expeditions · vanuit Hamburg
Hurtigruten Expeditions · vanuit Bergen
Explora Journeys · vanuit Southampton
35 reizen naar Faeröer
20 reizen naar Faeröer
16 reizen naar Faeröer
13 reizen naar Faeröer
12 reizen naar Faeröer
9 reizen naar Faeröer
8 reizen naar Faeröer
8 reizen naar Faeröer
8 reizen naar Faeröer
6 reizen naar Faeröer
5 reizen naar Faeröer
4 reizen naar Faeröer