11 boekbare reizen langs 1 havens, vanaf €7399 per persoon.
Er zijn 11 boekbare reizen die Gambia aandoen, en ze komen allemaal in Banjul. Er is geen tweede haven.
Dit land is een strook langs een rivier: bijna vijfhonderd kilometer lang en dertig tot vijftig kilometer breed, met Senegal aan drie zijden en de oceaan aan de vierde. Het is met elfduizend vierkante kilometer het kleinste land van het Afrikaanse vasteland, kleiner dan Noord-Brabant en Gelderland samen.
Alle 11 reizen duren vijftien dagen of langer. De vertrekhavens zijn Kaapstad, Lissabon en Fort Lauderdale, met Kaapstad op 7 en Lissabon op 3; dit ligt op dezelfde West-Afrikaanse trajecten als Dakar en Abidjan.
De goedkoopste reis begint bij €7.399 per persoon; er varen zeven schepen en de rederijen zijn Holland America Line, Silversea Cruises, Regent Seven Seas Cruises en Oceania Cruises.
De landsgrens volgt aan weerszijden de rivier op ongeveer tien kilometer afstand, en dat is een vorm die op geen enkele natuurlijke scheiding berust.
Er wordt vaak verteld dat de grens is bepaald door hoe ver een Brits kanonneerboot vanaf het midden van de rivier kon schieten. Dat is een aardig verhaal en het klopt niet: de grens is tussen 1889 en 1891 door Britse en Franse onderhandelaars op de kaart getrokken en daarna in het veld uitgezet.
Wat er wel achter zit is de rivier zelf. De Britten hadden zich aan de monding gevestigd voor de handel, en het gebied dat ze wilden houden was de vaarweg landinwaarts; Frankrijk kreeg de rest.
Het gevolg is een land dat zijn buurland doormidden snijdt. Wie in Senegal van noord naar zuid rijdt, moet er dwars doorheen of er ver omheen; er is jarenlang gesproken over een brug, en die is in 2019 opengegaan bij Farafenni.
Er is zelfs een poging geweest de twee samen te voegen. Tussen 1982 en 1989 bestond de confederatie Senegambia, met gemeenschappelijke defensie en munt. Dat is stukgelopen op de vraag wie de dienst uitmaakte.
Wat de twee landen wel delen zijn de volken, de talen en de families; de grens loopt dwars door dorpsgebieden heen.
Dertig kilometer de rivier op ligt een eilandje met een fort, en dat is de reden dat veel bezoekers hier komen.
Het heette James Island en is in 2011 hernoemd naar Kunta Kinteh. Er stond vanaf 1651 een fort, achtereenvolgens in Koerlandse, Nederlandse, Engelse en Franse handen, dat als handelspost diende: eerst voor was, ivoor en goud, later voor mensen.
Het eiland is sinds de zeventiende eeuw voor het grootste deel weggespoeld; wat over is, is een fractie van de oorspronkelijke omvang, met de resten van het fort erop. Het staat sinds 2003 op de Werelderfgoedlijst, samen met het dorp Juffureh aan de oever.
Dat dorp is bekend geworden door het boek Roots van Alex Haley uit 1976, waarin hij zijn familie terugvoert op Kunta Kinte, een jongeman die daar in 1767 zou zijn gevangen en verscheept. Het boek is in tientallen talen verschenen en de televisieserie werd in de Verenigde Staten door honderd miljoen mensen gezien.
Over de genealogie in dat boek is later veel te doen geweest. Historici hebben vastgesteld dat de mondelinge overlevering die Haley in het dorp kreeg, niet los stond van wat hij zelf kwam zoeken, en dat delen van zijn reconstructie niet houdbaar zijn. Wat wel vaststaat is dat er vanaf deze rivier mensen zijn weggevoerd en dat dit fort daar een rol in speelde.
Er is een klein museum bij en het geheel is een boottocht van een halve dag over de rivier. Dat varen is op zichzelf de moeite waard: mangrove aan beide kanten en veel vogels.
Er zijn in dit kleine land meer dan zeshonderd vogelsoorten geteld, en dat is de belangrijkste reden dat er buiten het strandtoerisme mensen naartoe gaan.
Dat komt door de ligging. De rivier snijdt door drie zones tegelijk: mangrove en zoutwater bij de monding, zoet water en moeras landinwaarts, en savanne daarachter. Daar bovenop komen de Europese trekvogels die hier overwinteren.
Wat je op een ochtendtocht ziet zijn ijsvogels in meerdere soorten, bijeneters, zeearenden, reigers en pelikanen, en dat zonder dat je ver hoeft te gaan. In het reservaat Abuko, op een half uur van de haven, loop je in twee uur door bos met apen en krokodillen.
Voor de rivier zelf zijn er tochten met kleine boten door de zijkreken bij Makasutu en Lamin, waar je stil door de mangrove vaart. De ochtend is daarvoor de beste tijd; in de middag is het heet en stil.
In het water komen bovendien lamantijnen voor, de zeekoeien van West-Afrika, en in de monding worden dolfijnen gezien.
Wie liever aan de kust blijft: bij Bijilo ligt een bosje langs het strand waar groene meerkatten en rode franjeapen zitten die aan mensen gewend zijn. Voer ze niet, hoe hard er ook wordt aangeboden om pinda's te verkopen.
Gambia noemt zichzelf de lachende kust en dat is een toeristische leus die op een echte omgangsvorm stoelt: men groet, men praat, men neemt de tijd.
Er zit een keerzijde aan die je moet kennen. Op de stranden en bij de bezienswaardigheden opereren mannen die zich als gids, vriend of handelaar aandienen en die moeilijk af te schudden zijn; ze worden bumsters genoemd en het is een aanhoudend probleem waar de toeristenpolitie tegen optreedt.
De manier om ermee om te gaan is vriendelijk en meteen duidelijk zijn, geen naam en geen kamernummer geven, en niet meegaan met iemand die je aanspreekt. Neem een gids via het schip of via een erkend kantoor.
De landstaal is Engels, wat een erfenis van de Britse tijd is en wat het rondkomen eenvoudig maakt. Daarnaast worden Mandinka, Wolof en Fula gesproken.
Het land is overwegend islamitisch en tegelijk soepel in de omgang; bedek in dorpen en in de stad schouders en knieën, en houd badkleding bij het strand.
Politiek heeft dit land in 2017 iets bijzonders meegemaakt. President Jammeh, die tweeëntwintig jaar had geregeerd, verloor de verkiezing, aanvaardde eerst de uitslag en weigerde daarna te vertrekken; troepen van de West-Afrikaanse statenbond trokken het land binnen en hij week uit. De machtswisseling is zonder gevechten verlopen.
Januari telt 3 reizen, april 3 en oktober 2. Juni, juli, september, november en december komen uit op nul.
Het droge seizoen loopt van november tot mei en dat is het hoogseizoen: vijfentwintig tot dertig graden, koele nachten en nauwelijks regen. Van juni tot oktober is het regenseizoen met hitte, hoge luchtvochtigheid en zware buien.
In december en januari waait de harmattan, die stof uit de Sahara meevoert en het zicht wazig maakt. Dat is voor wie wil fotograferen hinderlijk.
Voor de toegang is een visum nodig en wordt bij binnenkomst een bewijs van inenting tegen gele koorts gevraagd, zeker als je uit een land komt waar die ziekte voorkomt. Bij een cruise regelt de rederij de toestemming voor bezoek aan wal.
Dit is een malariagebied. Overleg vooraf met een reizigersarts en neem muggenspul mee.
De munt is de dalasi; euro's en ponden worden bij de wisselkantoren aangenomen en pinnen kan in de toeristische strook. Neem kleine coupures mee voor de markt en spreek een taxiprijs vooraf af.
Banjul zelf is klein en ligt op een eiland in de riviermonding; de markt en de triomfboog bekijk je in een uur. Wat de moeite waard is, ligt buiten de stad.