3 boekbare reizen langs 2 havens.
Er zijn 3 boekbare reizen die Bahrein aandoen, langs 2 vermeldingen die dezelfde plek zijn: een algemene vermelding op 56 reizen en Al Manamah op 2.
53 van de 3 reizen duren vijf tot zeven dagen, en dat zegt precies wat dit is. Het is de winterlus door de Golf: Dubai, Abu Dhabi, Doha, Bahrein, met korte zeetrajecten en elke dag een haven. De vertrekhavens zijn Miami, Doha en Mahé, met Dubai op 22, Doha op 17 en Abu Dhabi op 16.
Er varen maar drie schepen en MSC staat op 49 van de 3 reizen. Dit aanbod hangt dus vrijwel geheel aan één rederij die hier in de winter een schip legt.
Bahrein is een archipel van tientallen eilanden waarvan er een handvol bewoond is, met ruim anderhalf miljoen inwoners op een oppervlak dat kleiner is dan de provincie Utrecht. Sinds 1986 ligt er een dam van vijfentwintig kilometer naar Saoedi-Arabië, en die verbinding bepaalt meer van dit land dan wat ook.
In Bahrein is alcohol te koop en in Saoedi-Arabië niet.
Dat is de kortste verklaring voor wat er in het weekend over de King Fahd Causeway rijdt. Er steken op donderdag en vrijdag tienduizenden auto's over, met Saoedi's die hier naar restaurants, hotels en bioscopen gaan, en de rijen bij de grens kunnen uren lopen.
Voor het land is dat een economische pijler geworden. Bahrein was de eerste Golfstaat die olie vond, in 1932, en het was ook de eerste waar die opraakte; de voorraden zijn klein vergeleken met die van de buren.
Wat ervoor in de plaats is gekomen: bankwezen, een aluminiumsmelterij die tot de grootste ter wereld hoort, en een dienstensector die er is omdat het hier soepeler toegaat dan een dam verderop. Ongeveer de helft van de bevolking komt uit het buitenland en werkt hier.
Voor een cruisepassagier betekent dat een land dat losser aanvoelt dan Qatar of Saoedi-Arabië. Er zijn bars in de hotels, de kleedregels zijn minder streng, en er is een uitgaansleven.
Dat neemt niet weg dat het een conservatief land blijft. Bedek in de stad en op de markt schouders en knieën, drink niet op straat, en houd tijdens de ramadan rekening met een verbod op eten en drinken in het openbaar overdag.
Wat dit eiland van de andere Golfstaten onderscheidt is de ouderdom.
Hier lag Dilmun, een handelsrijk dat in het derde millennium voor Christus de doorvoer tussen Mesopotamië en de Indusvallei in handen had. Sumerische kleitabletten noemen het als een land waar het water zoet is en de goden wonen; koper uit Oman en hout uit India gingen er doorheen.
Dat zoete water is geen mythe. Onder het eiland komen zoetwaterbronnen omhoog, tot in zee, en dat is de reden dat er hier duizenden jaren geleden al een samenleving kon bestaan en dat er dadelpalmen groeiden.
Wat ervan te zien is: de grafheuvels van Dilmun, sinds 2019 op de Werelderfgoedlijst. Er zijn er ooit meer dan honderdduizend geweest, verspreid over het noorden van het eiland, en er staan er nog tienduizenden. Het is een van de grootste dodenakkers uit de oudheid en de heuvels liggen letterlijk tussen de woonwijken.
Daarnaast is er de Qal'at al-Bahrain, het fort aan de noordkust dat sinds 2005 op de lijst staat. Onder het Portugese fort uit de zestiende eeuw liggen zeven bewoningslagen van vierduizend jaar oud; het was de hoofdstad van Dilmun. Er is een museum bij dat uitlegt wat je ziet.
Verder staat er in het zuiden van het eiland een acaciaboom van een paar honderd jaar oud, alleen in de woestijn, zonder zichtbare waterbron. Die staat op elk programma; het is een boom in het zand en de vraag hoe hij daar staat is interessanter dan het uitzicht.
Voor de olie kwam, leefde dit land van de zeebodem.
De banken voor de kust leverden eeuwenlang de kostbaarste natuurlijke parels van de Golf, en dat was tot in de jaren dertig de belangrijkste inkomstenbron. Duikers gingen zonder apparatuur tot twintig meter, met een neusklem en een steen om te zakken, maanden achtereen.
Dat is ingestort toen Japan de gekweekte parel op de markt bracht en de wereldcrisis de vraag wegnam, dezelfde slag die Qatar trof.
Bahrein heeft daar iets mee gedaan wat nergens anders is gebeurd. In Muharraq, de oude hoofdstad aan de overkant van de baai, is een route van drieënhalve kilometer aangelegd langs zeventien gebouwen die met de parelvangst te maken hadden: koopmanshuizen, pakhuizen, een fort en de kade waar de boten aanlegden. Daarbij horen drie parelbanken in zee en het geheel staat sinds 2012 op de Werelderfgoedlijst.
Het is de enige plek op die lijst die aan deze bedrijfstak is gewijd. Je loopt door smalle straten met huizen van koraalsteen en gips, waar het door de bouwwijze koeler is dan buiten.
Er geldt hier bovendien nog altijd een regel die met dit verleden te maken heeft: parelkweek in Bahreinse wateren is verboden, en de invoer van gekweekte parels is aan strenge regels gebonden, om de naam van de natuurlijke parel te beschermen.
Bahrein organiseert sinds 2004 een grand prix, en dat was de eerste in het Midden-Oosten.
Het circuit ligt in de woestijn bij Sakhir, op ongeveer een half uur van de stad, en er wordt sinds 2014 in het donker onder schijnwerpers gereden. De race valt doorgaans in het voorjaar en is voor het land een uithangbord; er zijn rondritten over het circuit te boeken op dagen dat er niet gereden wordt.
Aan diezelfde sport zit een andere herinnering vast. In februari 2011 verzamelden demonstranten zich op een rotonde in Manama waar een monument stond met zes zeilen die naar de parelvangst verwezen, een verwijzing naar de zes landen van de Golfraad.
Wat volgde is bekend geworden als de opstand van 2011. De bevolking van dit land is in meerderheid sjiitisch en het bestuur soennitisch, en de eisen gingen over politieke vertegenwoordiging. Het protest is neergeslagen met hulp van militairen uit de buurlanden; er vielen doden en er zijn honderden mensen veroordeeld.
De grand prix van dat jaar is afgelast. Het monument is gesloopt en de rotonde is verdwenen; op die plek ligt nu een kruispunt.
Dit is geen onderwerp dat je in een gesprek met een gids of een taxichauffeur moet aansnijden. Het is wel de achtergrond van het land waar je doorheen rijdt, en wie dat weet begrijpt beter wat er niet wordt gezegd.
Januari telt 16 reizen, februari 14 en maart 13. Van mei tot en met oktober komt de teller op nul.
Dat is de hitte. In de zomer loopt het op naar boven de veertig graden met een luchtvochtigheid die aan de kust verstikkend is; van november tot april is het vijftien tot vijfentwintig graden en dat is het hele seizoen.
De cruisekade ligt niet in Manama maar bij de containerhaven op het eiland Hidd, op ongeveer twintig kilometer van het centrum. Er rijdt een pendelbus of je neemt een taxi; ga er niet van uit dat je vanaf het schip ergens naartoe kunt lopen.
Het weekend valt hier op vrijdag en zaterdag. Op vrijdagochtend is er weinig open en rond het middaggebed sluiten winkels tijdelijk.
De munt is de dinar en dat is een van de hoogst gewaardeerde munten ter wereld: een dinar is ongeveer twee en een halve dollar. Reken bedragen goed om voordat je akkoord gaat, want een prijs van vijf klinkt laag en is dat niet. Saoedische riyals worden op veel plekken aangenomen.
Nederlanders hebben een visum nodig; voor cruisepassagiers regelt de rederij dat doorgaans collectief. Vraag na wat er voor jouw reis geldt.
De rederijen zijn Silversea Cruises en MSC Cruises. De grote moskee in Manama is met een rondleiding voor niet-moslims te bezoeken, en dat is gratis; kleding wordt bij de ingang uitgeleend.