Riviercruises, alles inbegrepen schip in de vloot van Viva Cruises.
De VIVA BEYOND vaart voor Viva Cruises. Hieronder staan de specificaties, de hutten en alle afvaarten die nu te boeken zijn.
De VIVA BEYOND is een riviercruiseschip van Viva Cruises en vaart uitsluitend op de Seine.
Er staan nu 95 afvaarten open, vanaf €695 per persoon, met vertrekdata van oktober 2026 tot en met december 2028.
De plaatsen die het vaakst op het programma staan zijn Rouen, Les Andelys, Conflans, Vernon, Le Havre en Poissy, met daarnaast Caudebec-en-Caux en Duclair.
De reizen duren drie tot zeven nachten, en dat is korter dan bij de meeste riviercruises.
Een riviercruise verschilt wezenlijk van een zeecruise: het schip is smal en laag, ligt elke dag midden in een plaats en vaart een deel van de nacht.
Deze rederij richt zich op de Duitse en Nederlandse markt; welke taal er op jouw afvaart wordt gesproken, staat bij de reis vermeld.
De Seine is geen doorgaande route maar een lus: je vaart vanaf Parijs naar de monding bij Le Havre en weer terug.
De rivier kronkelt daarbij zo sterk dat de afstand over water bijna twee keer zo lang is als over de weg.
Tot ver landinwaarts staat de rivier onder invloed van het getij: bij Rouen, honderdzestig kilometer van zee, gaat het water nog op en neer.
Dat betekent dat de vaartijden per dag verschillen en dat het schip soms op het tij moet wachten voordat het verder kan.
Er staat een reeks sluizen in, en op de korte reizen wordt daar overdag doorheen gevaren; dat is op zichzelf een bezigheid.
Wat je onderweg ziet zijn krijtrotsen, boomgaarden, veerpontjes en dorpen die met hun rug naar de dijk staan.
Op veertig afvaarten staat Conflans, en die plaats is voor een riviercruise de meest passende halte die er bestaat.
Het ligt op het punt waar de Oise in de Seine komt en het is de hoofdstad van de Franse binnenvaart.
Er liggen honderden binnenschepen afgemeerd, in rijen naast elkaar, en een deel daarvan wordt permanent bewoond.
In een kasteel boven de rivier zit een museum over dat vak: modellen, gereedschap, jaagpaden en de geschiedenis van het slepen met paarden.
Aan de kade ligt bovendien een omgebouwd vrachtschip dat als kapel voor schippers dienstdoet, met een klokkentoren op het dek.
Voor wie op een rivierschip vaart, is dit de plek waar je ziet hoe die rivier de rest van het jaar wordt gebruikt.
Op twintig afvaarten staat Poissy, en daar staat een van de bekendste huizen van de twintigste eeuw.
Het is in 1931 gebouwd door een Zwitsers-Franse architect en het is een witte doos op dunne palen, met een dak dat je op kunt lopen.
Alles wat daarna modern werd genoemd, staat daar bij elkaar: het lint van ramen over de hele gevel, de vrije plattegrond, de helling in plaats van een trap.
De familie die het liet bouwen, heeft er nooit prettig gewoond: het dak lekte vanaf het begin en er werd jarenlang over geprocedeerd.
Het is in de oorlog als opslag gebruikt, is daarna vervallen en zou in de jaren vijftig worden gesloopt voor een school.
Dat is voorkomen door een campagne van architecten uit de hele wereld; sinds 2016 staat het op de werelderfgoedlijst.
Op vijftien afvaarten staat Caudebec-en-Caux en op twaalf Duclair, twee plaatsjes in de bochten van de benedenloop.
Bij Caudebec kwam tot in de jaren zestig een vloedgolf de rivier op: bij springtij werd het water door de vernauwing omhooggeperst tot een muur van meters hoog.
Er kwamen mensen op af om het te zien, en er zijn er ook door verdronken; na baggerwerk en het rechttrekken van de vaargeul is het verschijnsel verdwenen.
Tussen die twee plaatsen ligt een abdij die in 654 is gesticht en die tot de Franse Revolutie in bedrijf was.
Daarna is ze verkocht aan een houthandelaar die haar als steengroeve gebruikte en de gebouwen liet opblazen om aan materiaal te komen.
Wat overbleef zijn twee torens van zesenveertig meter en een schip zonder dak, en dat wordt in Frankrijk de mooiste ruine van het land genoemd.
Op zesenzestig afvaarten staat Rouen, de stad waar het schip het dichtst bij Parijs komt zonder er te zijn.
De kathedraal daar heeft een gietijzeren torenspits die haar tussen 1876 en 1880 het hoogste gebouw ter wereld maakte.
Een Franse schilder heeft die gevel in twee jaar tijd ruim dertig keer geschilderd, telkens vanaf dezelfde plek maar bij ander licht.
Dat was geen gril: het was een onderzoek naar wat licht met steen doet, en de doeken hangen nu verspreid over musea in de hele wereld.
In de winkelstraat eronder hangt een astronomisch uurwerk uit de veertiende eeuw over de straat heen, met een wijzer die alleen de uren aangeeft.
Op het plein daarnaast is Jeanne d'Arc in 1431 verbrand; er staat nu een kerk met een dak in de vorm van een omgekeerde boot.
Op eenenveertig afvaarten staat Le Havre, aan de monding, en die stad is een geval apart.
In september 1944 is het centrum in twee dagen weggebombardeerd: vijfduizend doden en tachtigduizend mensen zonder huis.
De wederopbouw is aan een architect gegeven die alles in gewapend beton liet uitvoeren, in een raster, met vaste maten voor elke woning.
Het resultaat is streng en licht tegelijk: brede lanen, hoge plafonds en ramen die aan twee kanten van elke woning zitten.
De kerk heeft een lantaarntoren van honderdzeven meter waar het daglicht door duizenden gekleurde glaasjes naar binnen valt.
Het is in 2005 als geheel op de werelderfgoedlijst gezet, en dat is voor een naoorlogse binnenstad uitzonderlijk.
De opzet is die van een klein schip met een lichte inrichting en een programma dat aan wal ligt.
Er is een restaurant waar iedereen tegelijk eet, een lounge met een bar en een zonnedek over vrijwel de hele lengte.
Bij deze rederij zitten de dranken de hele dag bij de prijs, en niet alleen bij de maaltijden; dat is op de rivier ongebruikelijk.
De maaltijden en de fooien zitten er doorgaans eveneens bij; excursies komen los, en dat is het belangrijkste verschil met de Amerikaanse aanbieders.
Op deze route valt daar goed mee te leven: in Rouen, Le Havre en Conflans loop je van de loopplank zo de stad in.
Alleen voor Giverny en de Villa Savoye heb je vervoer nodig, en dat is met de bus of een taxi in een kwartier geregeld.
Dit is een reis voor wie Normandie wil zien zonder elke dag te pakken en uit te pakken.
Het werkt goed voor wie een korte reis wil: eenentwintig afvaarten duren drie nachten, en dat is als lang weekend te doen.
Het werkt goed voor wie slecht ter been is; het schip ligt midden in de plaats en er komt geen tender aan te pas.
Het werkt goed voor wie belangstelling heeft voor schilderkunst: Giverny, Rouen en de kust van Normandie liggen op deze route achter elkaar.
Het werkt niet voor gezinnen met kinderen en evenmin voor wie een programma aan boord verwacht.
Kijk per afvaart naar de voertaal; deze rederij vaart met Duitstalige en Nederlandstalige gezelschappen en dat verschilt per vertrek.
Het seizoen loopt van maart tot december en elke periode heeft zijn eigen reden.
April en mei zijn zacht met tien tot twintig graden, en dan bloeien de appelbomen in Normandie.
De tuin bij Giverny is van april tot november open; de waterlelies bloeien vanaf eind juni.
Juni tot augustus is het warmst en het drukst; op de Seine blijft het met twintig tot zesentwintig graden aangenaam.
September en oktober zijn rustig, met de oogst van appels en de kust op zijn stilst.
In december varen er kerstmarktreizen; het is dan koud en de dagen zijn kort.
De reizen op deze route beginnen doorgaans in Parijs of in Rouen.
Parijs is anderhalf uur vliegen of drie uur en twintig minuten met de trein vanuit Amsterdam, en dat laatste brengt je midden in de stad.
De aanlegplaatsen in Parijs liggen aan de rand van de stad en zijn met de metro of een taxi te bereiken.
Rouen ligt op anderhalf uur met de trein vanaf Parijs, en Le Havre op twee uur.
Wie met de auto komt, staat vanuit Nederland in ongeveer vijf uur in Rouen.
Het boekingssysteem waarmee wij werken geeft voor deze afvaarten geen vertrekhaven door; die staat wel bij de reis zelf vermeld, dus controleer dat bij het boeken van je vervoer.
Op vierenveertig afvaarten staat Vernon, en dat plaatsje bestaat op het cruiseprogramma om wat er zeven kilometer verderop ligt.
Daar woonde vanaf 1883 ruim veertig jaar een schilder die zijn tuin zelf heeft aangelegd en die vervolgens tot zijn dood is blijven schilderen.
Hij liet een arm van een zijrivier omleggen om er een vijver mee te vullen, en dat kostte hem een vergunningenstrijd met de gemeente die jaren duurde.
In die vijver kwamen de waterlelies en eroverheen het groene Japanse brugje; het is letterlijk het decor van de doeken die je in de musea ziet hangen.
De tuin is van april tot november open en de lelies bloeien vanaf eind juni; ga vroeg in de ochtend, want tegen elf uur staat het er vol.
Het huis ernaast is roze met groene luiken en hangt vol Japanse prenten die hij zelf verzamelde, en die verzameling verklaart een deel van zijn werk.
Voor dit schip levert het boekingssysteem waarmee wij werken geen tonnage, bouwjaar, afmetingen, passagiersaantal of vertrekhaven aan. In de plaatsenlijst staat daarnaast La Rochelle, en dat ligt aan de Atlantische kust op ruim vierhonderd kilometer van de Seine; wij hebben die vermelding daarom niet in dit artikel verwerkt en melden hem aan de leverancier van de gegevens.
86 afvaarten · pagina 3 van 4