17 boekbare reizen langs 2 havens, vanaf €5460 per persoon.
Er zijn 17 boekbare reizen die Oost-Timor aandoen, langs 2 havens. Dili staat op alle 17 reizen; Baucau, de tweede stad, staat er op 1.
Dit land is op 20 mei 2002 onafhankelijk geworden en was daarmee de eerste nieuwe soevereine staat van deze eeuw. De halve helft van het eiland Timor waar het ligt, is de rest van het eiland Indonesisch; de landsgrens loopt er middendoor.
13 van de 17 reizen duren vijftien dagen of langer. De vertrekhavens zijn Bali (Benoa), Singapore en Papeete, met Bali op 5 en Singapore op 4; dit ligt op de expeditieroutes tussen Indonesië, Australië en de Stille Oceaan.
De goedkoopste reis begint bij €5.460 per persoon; er varen drie schepen en de rederijen zijn Windstar Cruises en Ponant. Dit is een bestemming van kleine schepen: Windstar staat op 12 reizen en Ponant op 5.
De geschiedenis van dit land is kort en zwaar, en je komt haar aan wal overal tegen.
Portugal bestuurde het gebied vierhonderd jaar en trok zich in 1975 na de Anjerrevolutie terug. Negen dagen na de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid viel Indonesië binnen en werd het gebied ingelijfd als zevenentwintigste provincie.
Wat daarop volgde duurde vierentwintig jaar. Schattingen van het aantal doden door geweld, honger en ziekte lopen uiteen van ruim honderdduizend tot boven de honderdvijftigduizend, op een bevolking van zeshonderdduizend.
Er is één gebeurtenis die de buitenwereld wakker schudde. In november 1991 openden Indonesische militairen op de begraafplaats Santa Cruz in Dili het vuur op een begrafenisstoet; er vielen tweehonderdvijftig doden. Een Britse cameraman filmde het en smokkelde de beelden het land uit, en die zijn wereldwijd uitgezonden.
In 1996 kregen bisschop Carlos Belo en verzetsleider José Ramos-Horta de Nobelprijs voor de Vrede. In 1999 stemde bij een volksraadpleging bijna vierentachtig procent voor onafhankelijkheid, waarna milities in enkele weken een groot deel van de gebouwen in het land in brand staken.
Wat je daarvan ziet: het verzetsmuseum in Dili, de voormalige gevangenis Comarca waar de waarheidscommissie later haar rapport heeft opgesteld, en de begraafplaats zelf. Het land gaat er open over en de mensen praten erover.
Dili is een laagbouwstad van ruim tweehonderdduizend inwoners langs een baai, met bergen erachter.
Boven op de oostelijke kaap staat Cristo Rei, een Christusbeeld van zevenentwintig meter op een wereldbol. Het is in 1996 door de Indonesische regering geschonken, precies twintig jaar na de inlijving, en dat is nooit als toeval gezien. Er gaan ruim vijfhonderd treden naartoe en het uitzicht over de kust is het waard.
Beneden aan de trap ligt een strand dat Areia Branca heet. Aan de andere kant van de kaap ligt Back Beach, waar je meestal alleen bent.
Verder in de stad: de markt van Tais, waar geweven doeken worden verkocht met patronen die per streek verschillen en die bij ceremonies om de schouders worden gelegd; het Museum van het Verzet; en het gouvernementspaleis aan het water.
De koffie is hier een uitvoerproduct van naam. Op de hellingen boven Dili groeit arabica die grotendeels zonder bestrijdingsmiddelen wordt geteeld, simpelweg omdat die er niet zijn; er is een variëteit naar dit eiland vernoemd die in de jaren twintig hier is ontstaan en die wereldwijd is gebruikt om koffieplanten weerbaar te maken tegen bladroest.
Het eten is een mengsel van Portugees en Zuidoost-Aziatisch: er is bacalhau naast rijst met chili, en er wordt espresso gezet.
Voor de kust van Dili ligt het eiland Atauro, en dat water is bij duikers een begrip.
Bij een onderzoek in 2016 werden op de meetpunten rond dat eiland gemiddeld meer dan tweehonderdvijftig soorten rifvissen geteld, het hoogste gemiddelde dat tot dan toe ergens ter wereld is vastgesteld. Dat komt doordat het eiland in een zeestraat ligt waar diep, koud water omhoogkomt en waar geen riviermonding het rif met slib bedekt.
Het bijzondere is bovendien hoe dichtbij het ligt. Aan de noordkust van Timor loopt de bodem vlak bij de kust steil weg, waardoor je vanaf het strand het rif op zwemt en na twintig meter langs een wand hangt.
In de straat tussen Dili en Atauro worden het hele jaar door walvissen gezien, met een piek in oktober en november wanneer er kuddes blauwe vinvissen en potvissen doorheen trekken. Er varen boten die daarop uitgaan.
Er is één waarschuwing die hier hoort en die serieus is. In de kustwateren en riviermondingen leven zeekrokodillen, en het aantal aanvallen is de laatste twintig jaar toegenomen. Zwem niet bij riviermondingen en niet buiten de plekken die de gids aanwijst.
Die krokodil zit diep in de cultuur. De ontstaansmythe van het eiland vertelt dat het de versteende rug van een krokodil is die een jongen op zijn rug heeft gedragen, en op de kaart is die vorm inderdaad te herkennen.
Er zijn een paar dingen die deze bestemming ongebruikelijk maken.
De munt is de Amerikaanse dollar. Het land heeft na de onafhankelijkheid geen eigen munt ingevoerd en gebruikt de dollar, met eigen centavo-munten voor het kleingeld. Je hoeft dus niets te wisselen; neem wel kleine biljetten mee, want wisselgeld is schaars.
De talen zijn Tetum en Portugees, allebei officieel. Indonesisch en Engels worden als werktaal gebruikt; met Engels kom je in Dili een eind en daarbuiten minder ver.
Het land is overwegend katholiek, wat het onderscheidt van heel de omgeving. Dat is versterkt tijdens de bezetting, toen de kerk de enige instelling was die enige bescherming bood.
Nederlanders krijgen een visum bij aankomst tegen betaling; bij een cruise regelt het schip de afhandeling. Vraag na hoe dat voor jouw reis loopt.
Dit is een malariagebied en er komt ook knokkelkoorts voor. Overleg vooraf met een reizigersarts en neem muggenspul mee.
De wegen buiten Dili zijn slecht en bochtig; naar Baucau is het over honderdtwintig kilometer al gauw drie uur. Reken dus niet op verre uitstapjes.
Januari telt 7 reizen, november 4 en december 4. Februari, april, mei en de maanden juli tot en met oktober komen uit op nul.
Dat volgt de routes van de expeditieschepen die in de noordelijke winter door Indonesië en de Stille Oceaan varen. Het regenseizoen loopt hier van december tot april, met de zwaarste buien in januari en februari; de rest van het jaar is het droog.
De temperatuur ligt aan de kust het hele jaar tussen de vierentwintig en tweeëndertig graden. In de bergen is het aanzienlijk koeler.
Dili heeft een kade waar kleinere schepen kunnen liggen; bij een deel van de aanlopen wordt getenderd. Er is aan de kade weinig, dus regel vervoer via het schip.
Er is nauwelijks toeristische bedrijvigheid en dat is het karakter van deze bestemming. Er zijn geen souvenirstraten, er wordt niet aan je getrokken, en wat je ziet is het dagelijks leven.
Drink geen kraanwater. Kleding: netjes en bedekt in de stad, en dat wordt in een katholiek land met een formele omgangsvorm op prijs gesteld.
Windstar Cruises · vanuit Papeete