47 boekbare reizen langs 1 havens, vanaf €6025 per persoon.
Er zijn 47 boekbare reizen die Laos aandoen, en ze komen allemaal in Luang Prabang. Alle 47 zijn riviercruises en alle 47 duren vijftien dagen of langer.
Laos is het enige land van Zuidoost-Azië zonder kust. Wat hier vaart, vaart op de Mekong, en Luang Prabang ligt aan de bovenloop daarvan, op de plek waar de Nam Khan erin uitkomt.
De vertrekhavens zijn Hanoi op 18 reizen en Ho Chi Minh-stad op 14, allebei in Vietnam. Dat betekent dat dit onderdeel is van een langer programma dat in Vietnam begint, met vluchten en landgedeelten ertussen; je vaart niet van Vietnam hierheen.
Dat kan namelijk niet. De Mekong is tussen Cambodja en Laos onderbroken door de watervallen bij Khone, een reeks stroomversnellingen over een breedte van kilometers. De Fransen hebben daar in de negentiende eeuw zelfs een spoorlijntje over een eiland aangelegd om boten eromheen te krijgen; doorvaren lukte niet en lukt nog steeds niet.
De goedkoopste reis begint bij €6.025 per persoon; er varen twee schepen en de rederijen zijn Emerald Cruises en Scenic River Cruises.
Luang Prabang is in 1995 op de Werelderfgoedlijst gezet, en dat is vroeg gebeurd naar de maatstaven van de regio.
Wat er beschermd is, is de combinatie: tempels van hout en verguld stucwerk uit de zestiende en zeventiende eeuw, staand tussen huizen met houten luiken en Franse koloniale panden met luifels, op een landtong tussen twee rivieren.
Er staan meer dan dertig actieve kloosters in de oude stad, dus je loopt er tussen monniken in oranje gewaden door die er werkelijk wonen. Wat Xieng Thong uit 1560 is de bekendste: een dak dat bijna tot de grond doorloopt, met een mozaïek van de levensboom in gekleurd glas op de achtergevel.
Midden in de stad ligt de heuvel Phousi, driehonderdachtentwintig treden hoog, met uitzicht over de rivieren. Iedereen gaat daar bij zonsondergang heen en het is dan vol; de ochtend is er rustiger.
Aan het water staat het voormalige koninklijk paleis, nu museum, met de troonzaal en de gebruiksvoorwerpen van de laatste koning. Dat koningshuis is in 1975 door de communistische machtsovername afgezet; de koninklijke familie is naar een heropvoedingskamp gebracht en niet teruggekeerd, iets waar in het museum niet over wordt uitgeweid.
Op dertig kilometer liggen de watervallen van Kuang Si, met kalkrijke bassins in turkoois waar je in mag. Stroomopwaarts liggen de grotten van Pak Ou, waar in de loop der eeuwen duizenden Boeddhabeelden zijn neergezet door mensen die er langsvoeren.
Elke ochtend voor zonsopgang lopen de monniken in stilte door de straten om rijst in ontvangst te nemen, en dat trekt bezoekers.
De ceremonie heet tak bat en het is geen voorstelling. De monniken eten wat ze die ochtend krijgen en verder niets; het geven is voor de gelovigen een dagelijkse religieuze handeling.
Dat gaat regelmatig mis met toeschouwers. Er wordt met flitsers gefotografeerd, mensen gaan in de rij staan om ook rijst te geven zonder te weten hoe dat hoort, en er worden bussen bij gereden. De stad en de kloosters hebben daar herhaaldelijk over geklaagd en er zijn regels voor opgesteld.
Als je gaat: blijf op afstand aan de overkant van de straat, sta niet in de weg, gebruik geen flits, en doe niet mee tenzij je vooraf hebt geleerd hoe het gaat. Bedek schouders en knieën.
Koop de rijst niet van verkopers langs de route. Die is vaak van slechte kwaliteit en wordt na afloop weggegooid; het is een handeltje dat op de ceremonie is ontstaan.
Wie het liever niet als bezoeker meemaakt, doet er verstandig aan het over te slaan. Dat is een verdedigbare keuze en je mist er niets bijzonders mee als je het toch alleen van veertig meter afstand zou zien.
Er is aan dit land een geschiedenis verbonden die in de reisprogramma's zelden voorkomt en die je moet kennen.
Tussen 1964 en 1973 hebben de Verenigde Staten boven Laos ongeveer twee miljoen ton bommen afgeworpen, in een oorlog die officieel niet werd gevoerd en waar het Congres nauwelijks van wist. Het doel was de aanvoerroutes naar Zuid-Vietnam die door dit gebied liepen.
Dat komt neer op een bombardementsvlucht om de acht minuten, negen jaar lang. Per hoofd van de bevolking is er nergens ter wereld zoveel op gegooid.
Een aanzienlijk deel daarvan bestond uit clusterbommen, en naar schatting een derde daarvan is niet ontploft. Die liggen er nog: er komen nog altijd mensen om, vaak boeren en kinderen, en het ruimen is werk voor generaties.
In Luang Prabang is een bezoekerscentrum over dat ruimwerk, waar wordt uitgelegd wat er ligt en hoe het wordt opgespoord. Dat is een half uur en het is het waard.
Wat je in de dorpen ziet is hoe ermee wordt geleefd: bomhulzen als schutting, als bloembak of als paal onder een huis, en lepels die van het metaal worden gegoten.
De Mekong is de levensader van dit land en er is aan die rivier iets aan de hand.
Er zijn de afgelopen decennia tientallen stuwdammen gebouwd, in China bovenstrooms en in Laos zelf, dat zichzelf de accu van Zuidoost-Azië noemt en stroom uitvoert naar Thailand en Vietnam. Voor de economie is dat de belangrijkste inkomstenbron geworden.
De keerzijde is dat het ritme van de rivier verandert. Het water komt niet meer vanzelf met de moesson mee, het slib dat de delta in Vietnam opbouwt blijft achter de dammen liggen, en de visstand, waar tientallen miljoenen mensen van eten, loopt terug.
Wat je er als reiziger van merkt is de waterstand. In het droge seizoen kan die zo laag zijn dat trajecten niet bevaarbaar zijn en dat er per bus wordt overgebracht; in het natte seizoen is de stroming juist sterk.
De rivier bepaalt ook wat je ziet. Onderweg liggen dorpen die van weven of van rijststook leven en waar aangelegd wordt, en er wordt vanaf de boot gevist met werpnetten zoals dat al eeuwen gaat.
Sinds 2021 loopt er bovendien een spoorlijn van de Chinese grens via Luang Prabang naar Vientiane, aangelegd met Chinees geld. Dat heeft de reistijd door het bergland teruggebracht van een dag naar twee uur, en het verandert de stad zichtbaar.
November telt 9 reizen, oktober 7 en maart 5. Van mei tot en met augustus en in december komt de teller op nul.
Dat volgt het klimaat. Van mei tot september is het regenseizoen met zware buien; van oktober tot april is het droog, en november tot februari is met vijfentwintig graden overdag en frisse nachten de aangenaamste periode.
In maart en april loopt het op naar boven de vijfendertig graden en hangt er rook in de lucht, doordat er in de bergen land wordt afgebrand voor de landbouw. Het zicht is dan slecht en dat is voor wie de bergen wil zien een reden om die maanden te mijden.
Nederlanders hebben een visum nodig; dat is vooraf online of bij aankomst te krijgen tegen betaling. Bij een pakketreis regelt de aanbieder dat meestal.
De munt is de kip en die telt in grote getallen; Thaise baht en dollars worden op veel plaatsen aangenomen. Pinnen kan in Luang Prabang, daarbuiten nauwelijks.
Neem muggenspul mee en overleg vooraf over malariapreventie; in de toeristische delen is het risico beperkt maar niet nul. Drink geen kraanwater.
Kleding: schouders en knieën bedekt bij tempels, en dat wordt hier gehandhaafd. Raak een monnik niet aan en ga er niet naast zitten voor een foto.
Emerald Cruises · vanuit Ho Chi Minh City
Emerald Cruises · vanuit Ho Chi Minh City
Emerald Cruises · vanuit Ho Chi Minh City
Emerald Cruises · vanuit Ho Chi Minh City
Emerald Cruises · vanuit Ho Chi Minh City
Emerald Cruises · vanuit Ho Chi Minh City
Emerald Cruises · vanuit Ho Chi Minh City
Emerald Cruises · vanuit Ho Chi Minh City
Emerald Cruises · vanuit Ho Chi Minh City