176 boekbare reizen langs 6 havens, vanaf €5378 per persoon.
Er zijn 176 boekbare riviercruises over de Nijl, langs 6 aanlegplaatsen, allemaal in Egypte.
Dat aanbod is opvallend eenvormig. Alle 176 reizen duren tien tot veertien dagen, ze vertrekken allemaal vanuit Caïro, ze worden allemaal door dezelfde rederij gevaren en er zijn twee schepen. Cairo, Luxor, Esna, Edfu, Qena en Aswan staan alle zes op alle 176 reizen.
Dat is geen tekort aan keuze maar de vorm van het product. Wat je koopt is een pakket: enkele nachten in Caïro met de piramides en het museum, een binnenlandse vlucht naar het zuiden, en daarna zeven nachten varen tussen Luxor en Aswan.
De goedkoopste begint bij €5.378 per persoon en dat is hoog voor een riviercruise; er zitten vluchten, hotels en excursies in. De rederij is AmaWaterways.
De Nijl is met bijna zevenduizend kilometer een van de langste rivieren ter wereld, en je vaart er tweehonderd van.
Dat komt door de stuwdammen. De hoge dam bij Aswan, in 1970 in gebruik genomen, sluit de rivier af; daarboven ligt het Nassermeer, vijfhonderd kilometer lang, waar aparte schepen varen die niet dezelfde route kunnen doen.
Beneden Luxor gaat het door tot Caïro, maar dat traject wordt nauwelijks bevaren: er zijn weinig aanlegplaatsen, de sluis bij Esna is een flessenhals en de bezienswaardigheden liggen in het zuiden.
Wat overblijft is het stuk waar de tempels staan, en dat is precies waar de schepen liggen. Op elke aanlegplaats staat er een: Karnak en Luxor in het noorden, Esna, Edfu en Kom Ombo onderweg, Philae bij Aswan.
De sluis bij Esna is de enige van de reis en hij is berucht om de wachttijd. Schepen liggen er soms uren voor, en dan komen er verkopers in roeibootjes langszij die kleden en tafellakens omhoog gooien naar het dek; wat je niet wilt kopen, gooi je terug.
Voor 1970 overstroomde de Nijl elk jaar in augustus, en die overstroming was de reden dat Egypte bestond.
Het water bracht slib mee uit de Ethiopische hooglanden en legde dat over de akkers, waardoor de grond zich elk jaar vernieuwde. Er is vijfduizend jaar op gebouwd: de kalender, de belastingheffing en de landmeetkunde komen er allemaal uit voort, want na elke overstroming moesten de perceelsgrenzen opnieuw worden bepaald.
De hoge dam heeft dat gestopt. Er is sindsdien geen overstroming meer, er kan drie keer per jaar worden geoogst en het land heeft stroom; tegelijk blijft het slib in het Nassermeer liggen, moet er kunstmest worden gebruikt, en slijt de delta bij de Middellandse Zee af omdat er geen aanvoer meer is.
De bouw kostte bovendien het land van de Nubiërs. Honderdduizend mensen zijn verplaatst en hun dorpen liggen onder het meer; wat je bij Aswan als Nubisch dorp bezoekt, is gebouwd na die verhuizing.
Ook de tempels moesten weg. Abu Simbel, de twee rotstempels van Ramses II, zijn tussen 1964 en 1968 in ruim duizend blokken gezaagd, vijfenzestig meter hoger en tweehonderd meter landinwaarts opnieuw opgebouwd, met een kunstmatige berg erachter.
Die reddingsoperatie is uitgevoerd met geld en ingenieurs uit vijftig landen. Ze is de directe aanleiding geweest voor het verdrag dat in 1972 de Werelderfgoedlijst in het leven riep; zonder Abu Simbel had die lijst er anders uitgezien.
Luxor staat op de plaats van Thebe, de hoofdstad van het Nieuwe Rijk, en er staat aan beide oevers zoveel dat het een week vult.
Op de oostoever ligt Karnak, een tempelcomplex dat over tweeduizend jaar door dertig farao's is uitgebreid. De hypostyle zaal heeft honderdvierendertig zuilen van vijftien tot vierentwintig meter hoog, zo dicht op elkaar dat je het dak dat er ooit op lag nauwelijks kunt voorstellen.
Drie kilometer zuidelijker staat de tempel van Luxor, met een sfinxenlaan ertussen die in 2021 na jaren opgraven is heropend: bijna drie kilometer met honderden beelden aan weerszijden.
De westoever is de dodenstad. In het Dal der Koningen liggen ruim zestig graven in de rotsen, waaronder dat van Toetanchamon, dat Howard Carter in november 1922 vrijwel ongeschonden aantrof; de vijfduizend voorwerpen daaruit zijn nu bij elkaar te zien in het grote museum bij Gizeh.
Daarnaast staat de dodentempel van Hatsjepsoet, in drie terrassen tegen de rotswand, gebouwd voor de vrouw die als farao regeerde en van wie haar opvolger de naam later overal liet weghakken.
Wie er geld voor over heeft, gaat bij zonsopgang met een ballon over de westoever. Dat is de enige manier om te zien hoe smal de groene strook is: aan weerszijden van de rivier een paar kilometer akker, en dan begint de woestijn.
Aswan ligt bij de eerste cataract, waar de rivier over granietdrempels loopt, en dat was eeuwenlang de zuidgrens van Egypte.
Het is de aangenaamste plaats van de route: de rivier is er breed, er liggen eilanden met palmen en er staat vrijwel altijd wind. Op het water varen feluccas, zeilboten met een driehoekig zeil, en een uur meevaren bij zonsondergang is er het gangbare uitje.
Op een eiland staat de tempel van Philae, gewijd aan Isis. Ook die is verplaatst: hij stond na de bouw van de eerste dam in 1902 een groot deel van het jaar onder water, en is in de jaren zeventig steen voor steen naar een hoger eiland overgebracht.
In de granietgroeven ligt een obelisk die nooit is afgemaakt. Hij is tweeënveertig meter lang en zou het grootste stuk ooit zijn geweest; toen er tijdens het uithakken een scheur in kwam, is hij blijven liggen zoals hij lag, en daaraan is te zien hoe het werk ging.
Abu Simbel ligt op tweehonderdtachtig kilometer, drie uur rijden of een korte vlucht. Dat is een aparte excursie en die staat niet standaard in de prijs; wie ervoor komt, boekt hem vooraf.
Kom Ombo, halverwege, is een dubbeltempel: twee spiegelbeeldige helften voor twee goden, met een naastgelegen museum vol gemummificeerde krokodillen.
Oktober telt 21 reizen, november 17 en december 17. Juli komt uit op nul en augustus op 1.
Dat is de hitte. In de zomer loopt het in Luxor en Aswan op naar boven de veertig graden en in de tempels is er geen schaduw; van november tot maart is het vijfentwintig tot dertig graden overdag en 's nachts fris, en dat is het seizoen.
Neem kleding mee die bedekt en luchtig is. Schouders en knieën bedekt is buiten het schip de norm, en het beschermt tegen de zon; een hoed en zonnebrand zijn geen luxe.
Neem ook meer water mee dan je denkt nodig te hebben en zout. Uitdroging is hier de meest voorkomende reden dat mensen een excursie afbreken.
Nederlanders hebben een visum nodig; dat is vooraf online te regelen of bij aankomst te kopen. De rederij handelt dat bij een pakketreis meestal af.
Reken op fooien. In Egypte is baksjisj onderdeel van het loon van iedereen die iets voor je doet; neem kleine biljetten mee en houd een vaste bundel apart.
Bij de tempels en op de markt wordt er stevig verkocht en meegelopen. Vriendelijk en duidelijk nee zeggen werkt; geen oogcontact maken en doorlopen werkt beter.
Er wordt bij de aanlegplaatsen soms met drie of vier schepen naast elkaar gelegd. Dan loop je door de salon van een ander schip naar de kade, en kijk je vanuit je hut in de hut van de buren; dat hoort erbij.