19 boekbare reizen langs 2 havens, vanaf €3800 per persoon.
Er zijn 19 boekbare reizen die Nicaragua aandoen, langs 2 havens: San Juan del Sur op 9 reizen en Corinto op 9. Allebei liggen ze aan de westkust; de Caribische kant van het land staat niet in dit aanbod.
16 van de 19 reizen duren vijftien dagen of langer. De vertrekhavens zijn Miami, San Diego en Fort Lauderdale, met Miami op 6 en San Diego op 5; dit ligt op de trajecten die door het Panamakanaal varen en op de wereldreizen.
De goedkoopste reis begint bij €3.800 per persoon; er varen zes schepen en de rederijen zijn Crystal Cruises, Oceania Cruises en Regent Seven Seas Cruises, met Crystal op 9 reizen. Er komen hier geen grote schepen.
Het verschil tussen de twee havens is praktisch. In San Juan del Sur, een baai met een strand en een vissersplaats, wordt getenderd; Corinto heeft een kade en ligt dichter bij de koloniale stad León.
Er is een reden dat dit land in de negentiende eeuw wereldnieuws was, en die heeft alles met varen te maken.
Nicaragua leek de logische plek voor een kanaal tussen de twee oceanen. Er ligt een groot meer, het Cocibolcameer, dat via de rivier San Juan met de Caribische Zee in verbinding staat, en tussen dat meer en de Grote Oceaan ligt maar twintig kilometer land.
Tijdens de goudkoorts van 1849 heeft Cornelius Vanderbilt daar een dienst op gezet: passagiers uit New York voeren de rivier op, staken het meer over en gingen met de koets naar de kust bij San Juan del Sur, waar een schip naar Californië wachtte. Dat was sneller dan om Kaap Hoorn.
Toen het Amerikaanse Congres in 1902 moest kiezen tussen Nicaragua en Panama, stond Nicaragua er goed voor. De doorslag gaf een campagne van de Panama-lobby: er werd op de vulkanen gewezen, en er is een Nicaraguaanse postzegel rondgestuurd waarop een rokende vulkaan achter een haven staat afgebeeld. Kort daarvoor had een uitbarsting op Martinique dertigduizend doden gemaakt.
De Senaat koos voor Panama. Sindsdien is het plan met regelmaat teruggekomen; het laatst in 2013, toen een Chinese ondernemer een concessie kreeg voor een kanaal dwars door het meer. Er is nooit iets gegraven en de concessie is in 2024 ingetrokken.
Wat je op een havendag van dat meer kunt zien, hangt van de haven af. Vanaf San Juan del Sur is de oever in ruim een uur te bereiken, met uitzicht op het eiland Ometepe: twee vulkanen die uit het water oprijzen en aan de voet aan elkaar vastzitten.
In dat meer zwemmen stierhaaien, en dat is een verhaal dat lang verkeerd is begrepen.
Biologen dachten in de negentiende eeuw dat het om een eigen soort ging die in het zoete water was opgesloten geraakt, omdat er tussen het meer en de zee stroomversnellingen liggen.
Onderzoek met merktekens in de jaren zeventig liet iets anders zien. Het zijn gewone stierhaaien die de stroomversnellingen op en af springen zoals zalmen dat doen, en die tussen de Caribische Zee en het meer heen en weer trekken; een gemerkt dier legde de afstand in een paar dagen af.
De soort kan dat omdat hij zijn zoutregeling aanpast, wat onder haaien uitzonderlijk is. Er zijn er in dit meer minder dan vroeger, doordat er in de jaren zeventig een vinnenfabriek heeft gedraaid.
Rond datzelfde meer staan de vulkanen waar het land vol mee zit. Bij Masaya kun je met een auto tot aan de kraterrand rijden en in een krater kijken waar met tussenpozen een lavameer zichtbaar is; dat is een van de weinige plekken ter wereld waar dat vanaf een parkeerplaats kan.
Bij León ligt de Cerro Negro, een zwarte aslegel die in 1850 uit het niets ontstond. Daar wordt van de helling afgegleden op een plank, met een overall en een bril aan; dat heet volcano boarding en het is hier bedacht.
Granada en León zijn allebei in 1524 gesticht en ze hebben de eerste eeuw na de onafhankelijkheid met elkaar overhoop gelegen.
Granada, aan het meer, was conservatief en van de handel; León, in het westen, was liberaal en van de universiteit. Ze streden om de hoofdstad, met wapens, tot in 1852 werd besloten dat geen van beide het zou worden en dat Managua, halverwege, de hoofdstad werd.
Granada is de fotogeniekste van de twee: gepleisterde huizen in oker, geel en blauw, een kathedraal aan een plein en binnenplaatsen met bogen. Het ligt op ongeveer twee uur rijden vanaf San Juan del Sur.
León ligt op een uur vanaf Corinto en heeft de grootste kathedraal van Midden-Amerika, die sinds 2011 op de Werelderfgoedlijst staat. Je kunt over het witte dak lopen, tussen de koepels door, met de vulkanenrij aan de horizon.
In die kathedraal ligt Rubén Darío begraven, de dichter die aan het einde van de negentiende eeuw de Spaanstalige poëzie heeft vernieuwd en die in dit land een status heeft die met geen enkele Nederlandse schrijver te vergelijken is.
Er is aan Granada nog iets bijzonders: de isletas, driehonderd eilandjes in het meer die bij een uitbarsting van de vulkaan Mombacho zijn ontstaan. Er wonen mensen op, er staan enkele huizen, en je vaart er in een uur doorheen.
Het is goed te weten in wat voor land je aan wal komt, want er is de afgelopen decennia veel gebeurd.
Nicaragua is tot 1979 bestuurd door de familie Somoza, drie opeenvolgende machthebbers in ruim veertig jaar. Toen bij de aardbeving van 1972 het centrum van Managua instortte en er internationale hulp binnenkwam, verdween een deel daarvan in eigen zak; dat heeft de steun voor de opstand vergroot.
De Sandinistische revolutie van 1979 werd gevolgd door een oorlog tegen de Contra's, die door de Verenigde Staten werden gesteund. Die oorlog duurde tot 1990 en het land is er verarmd uit gekomen.
Daniel Ortega, de aanvoerder van 1979, is sinds 2007 opnieuw president. In 2018 zijn protesten hardhandig neergeslagen, waarbij volgens mensenrechtenorganisaties honderden doden zijn gevallen; sindsdien zijn oppositiepartijen, media en organisaties gesloten en zijn tegenstanders het staatsburgerschap ontnomen.
Voor een bezoeker is het land rustig en het geweldsniveau op straat laag, lager dan in de buurlanden. Wat er is veranderd, is de ruimte voor politiek gesprek: begin er niet over met een gids of een chauffeur, want die kan er last mee krijgen.
Kijk het reisadvies na voordat je op eigen gelegenheid gaat. De cijfers over bezoekersaantallen zijn na 2018 sterk gedaald en dat merk je aan de rust op de bezienswaardigheden.
Januari telt 9 reizen, augustus 3 en oktober 2. Februari tot en met mei, juli en september komen uit op nul.
Die concentratie in januari komt van de verplaatsingsreizen door het kanaal en van de wereldreizen. Het droge seizoen loopt hier van december tot april en dat is ook de aangenaamste tijd; van mei tot november regent het, meestal in de middag.
De temperatuur aan de kust ligt tussen de zesentwintig en drieëndertig graden. Het is er droger en heter dan aan de Caribische kant van Midden-Amerika.
San Juan del Sur is een plaatsje met een strand, surfscholen en eettentjes aan het water; je kunt er zonder excursie een dag doorbrengen. Corinto is een werkhaven en daar heb je vervoer nodig.
Nederlanders hebben geen visum nodig; bij binnenkomst wordt een toeristenkaart afgegeven tegen betaling en bij een cruise handelt het schip dat af.
De munt is de córdoba en Amerikaanse dollars worden vrijwel overal aangenomen. Neem kleine biljetten mee, want wisselgeld op een groot biljet is een probleem.
Drink geen kraanwater buiten de hotels en gebruik zonnebrand; de zon is hier sterker dan de temperatuur doet vermoeden.