Riviercruises met culinaire nadruk schip in de vloot van AmaWaterways.
De AmaDara vaart voor AmaWaterways, met plaats voor 124 passagiers. Hieronder staan de specificaties, de hutten en alle afvaarten die nu te boeken zijn.
De AmaDara is een riviercruiseschip van AmaWaterways en meet 2.420 brutoton. Het is 92 meter lang, telt 4 dekken en heeft plaats voor 124 passagiers, met 50 bemanningsleden.
Er staan nu 114 afvaarten open, vanaf €1.913 per persoon, met vertrekdata van oktober 2026 tot en met april 2029.
De plaatsen die op elke afvaart staan zijn Oudong, Phnom Penh, My Tho, Angkor Ban, Kampong Cham en Tan Chau, met daarnaast Cai Be, My Tho, Oudong en Kampong Tralach.
Alle drieentachtig afvaarten duren zeven nachten en varen tussen de Vietnamese delta en Cambodja; er is geen variatie in route.
Dit is een ander soort riviercruise dan die in Europa: het schip is kleiner, er gaan honderdvierentwintig gasten mee en de dorpen waar je aan land gaat hebben geen kade.
Op de plaatsenlijst staat Ho Chi Minhstad, en dat wekt de indruk dat je daar aan boord stapt. Zo werkt het niet.
Die stad ligt aan de Saigonrivier en niet aan de Mekong. Je begint er met een of twee hotelnachten en gaat daarna met de bus naar de delta, waar het schip klaarligt.
Het bevaarbare stuk voor dit soort schepen loopt van die delta tot Kampong Cham in Cambodja, ongeveer driehonderd kilometer stroomopwaarts.
Onderweg passeer je de grens tussen Vietnam en Cambodja over water; de bemanning regelt de papieren en je gaat niet van boord.
Reken erop dat je van de zeven nachten er niet zeven aan boord slaapt: er zitten hotelnachten in Ho Chi Minhstad en meestal in Siem Reap bij.
Wat er per afvaart precies is inbegrepen, staat bij de reis zelf; kijk daar hoeveel nachten op het schip het werkelijk zijn.
Bij Phnom Penh komt een zijrivier in de Mekong uit die iets doet wat verder nergens ter wereld gebeurt: hij stroomt twee keer per jaar de andere kant op.
In de moesson, van juni tot oktober, voert de Mekong zoveel water aan dat het niet meer weg kan. Het wordt dan de zijrivier in geduwd, die achteruit gaat stromen en het meer erachter vult.
Dat meer groeit daardoor van ongeveer tweeduizendvijfhonderd vierkante kilometer naar ruim vijftienduizend, en het water komt er meters hoger te staan.
In november keert het om: de Mekong zakt, het meer loopt leeg en de rivier stroomt weer naar zee. Dat moment wordt in Phnom Penh met een driedaags feest gevierd waarbij er bootraces op het water zijn.
Die omkering is de reden dat dit een van de visrijkste binnenwateren ter wereld is; het overstroomde bos is de kraamkamer.
Voor de reiziger betekent het vooral dat de rivier er in mei en in november totaal anders uitziet.
Op elke afvaart staat Sa Dec, een stadje in de delta dat om twee dingen bekendstaat.
Het eerste zijn de bloemen: er liggen honderden tuinen waar op bedden boven het water wordt gekweekt, en van hieruit gaat de sierteelt naar heel Zuid-Vietnam.
Het tweede is een liefdesgeschiedenis. Een Franse schrijfster woonde hier als kind toen haar moeder er lesgaf, en schreef vijftig jaar later een roman over haar verhouding met de zoon van een rijke Chinese familie uit dit stadje.
Dat huis staat er nog en is te bezoeken; het boek won in 1984 de belangrijkste Franse literatuurprijs en is verfilmd.
Verderop in de delta staan Cai Be en My Tho op het programma, met werkplaatsen waar kokossnoep, rijstpapier en popcorn van rijst worden gemaakt.
De drijvende markt bij Cai Be wordt nog aangedaan, maar wees erop voorbereid dat die aanzienlijk kleiner is dan vroeger; de handel is grotendeels naar de weg verplaatst.
Op elke afvaart staat Angkor Ban, een dorp aan de Cambodjaanse oever dat een uitzondering is.
De houten huizen op palen staan er nog zoals ze voor 1975 stonden. In het grootste deel van Cambodja is dat soort bebouwing in de jaren daarna verdwenen; hier is het blijven staan.
Je loopt er door het dorp, langs de school en de tempel, en dat is geen opgezette vertoning maar een gewone werkdag waar je doorheen loopt.
Op elke afvaart staat ook Oudong, dat van 1618 tot 1866 de hoofdstad van het land was voordat die naar Phnom Penh verhuisde.
Op een heuvel staan de stoepa's van de koningen uit die tijd; je klimt er via een trap naartoe en kijkt uit over een vlakte met rijstvelden.
In Kampong Tralach ga je met een ossenkar door de velden naar een tempel, en dat is precies zo langzaam als het klinkt.
Phnom Penh staat op elke afvaart en het schip ligt er middenin, aan de kade waar de twee rivieren samenkomen.
Het koninklijk paleis staat aan die kade, met ernaast een pagode waarvan de vloer uit ruim vijfduizend zilveren tegels bestaat die er los op liggen.
In het nationaal museum staat de grootste verzameling Khmer-beeldhouwkunst ter wereld, in een gebouw met een binnentuin en een dak vol vleermuizen.
Op het programma staan doorgaans ook de gevangenis en het executieveld uit de periode 1975 tot 1979, toen ongeveer een kwart van de bevolking van het land omkwam.
Dat bezoek is indringend en het is niet verplicht; wie het niet wil, kan die ochtend in de stad blijven en de markt of het paleis doen.
De stad zelf is levendig en jong: de helft van de bevolking van Cambodja is na 1990 geboren, en dat merk je op straat.
Op eenenveertig afvaarten staat Siem Reap, en dat ligt niet aan de rivier maar op ruim driehonderd kilometer rijden.
Het is de verlenging die bij vrijwel elke Mekongreis wordt aangeboden, met twee tot drie hotelnachten, en het is de reden dat veel mensen deze reis boeken.
Daar liggen de tempels van Angkor: een gebied van duizend vierkante kilometer waar tussen de negende en vijftiende eeuw een stad stond die volgens schattingen de grootste van de wereld was voordat de industrialisatie begon.
De bekendste tempel is met zijn honderdzestig hectare het grootste religieuze bouwwerk ter wereld, gebouwd in de vroege twaalfde eeuw en nooit helemaal verlaten.
Even verderop staat een tempel die met opzet niet is vrijgemaakt van de begroeiing; daar staan vijgenbomen met wortels over de muren heen.
Reken op vroege ochtenden: om zes uur is het er koel en rustig, en om tien uur is het dertig graden en druk.
De opzet is die van een klein schip dat als vertrekpunt dient en niet als bestemming.
Er is een restaurant waar iedereen tegelijk eet, een lounge met een bar en een zonnedek met een klein zwembad.
Alle hutten liggen aan de buitenkant en het merendeel heeft een balkon of een schuifpui; de inrichting is in Aziatische stijl met veel hout.
Er varen fietsen mee die in de dorpen worden gebruikt, en dat is op deze route een prettige manier om even van de groep los te komen.
Er is geen theater en geen casino; het programma bestaat uit lezingen over de streek, de tochten aan wal en de vaart zelf.
De bemanning is grotendeels Cambodjaans en Vietnamees, en dat is op deze reis een wezenlijk deel van wat je meemaakt.
De vanafprijs van €1.913 per persoon is voor een week aan de hoge kant, en dat komt doordat er veel in zit.
Bij deze rederij horen de maaltijden, de dranken, de fooien aan boord en de tochten aan wal doorgaans bij de reissom.
Dat laatste weegt op deze route zwaar: het hele programma bestaat uit bezoeken met een gids, en die zijn hier niet los te regelen zoals in Europa.
De internationale vlucht zit er niet bij, en dat is de grootste post: Ho Chi Minhstad is elf tot dertien uur met een overstap.
De verlenging naar Siem Reap komt er meestal apart bij, inclusief de binnenlandse vlucht of de busrit.
Neem contant geld mee in kleine coupures; in Cambodja wordt naast de eigen munt met Amerikaanse dollars betaald.
Op deze route bepaalt het waterpeil evenveel als het weer, en die twee hangen samen.
Het droge seizoen loopt van november tot april, met vijfentwintig tot vijfendertig graden en weinig regen. Dat is het hoofdseizoen.
Van juni tot oktober valt de moesson. Het regent dan vrijwel dagelijks, maar meestal in korte buien, en het landschap staat op zijn groenst.
Bij laag water, aan het eind van het droge seizoen, kan het schip bepaalde punten niet bereiken; dan wordt een stuk per bus afgelegd of vervalt een dorp.
Maart en april zijn het heetst, met veertig graden in de delta, en dat is voor een tempelbezoek in Angkor zwaar.
November en december zijn de aangenaamste maanden: het water staat hoog, de velden zijn groen en het is er droog.
De reizen beginnen in Ho Chi Minhstad of in Kampong Cham, afhankelijk van de richting.
Ho Chi Minhstad is elf tot dertien uur vliegen met een overstap, met vijf tot zes uur tijdverschil.
Voor Vietnam hebben Nederlanders voor een kort verblijf geen visum nodig; voor Cambodja wel, en dat regel je vooraf online of bij aankomst.
Kampong Cham bereik je via Phnom Penh, dat eveneens met een overstap te bereiken is, gevolgd door twee uur over de weg.
Omdat de reis in het ene land begint en in het andere eindigt, heb je twee losse vliegtickets nodig.
Kom een dag eerder; het tijdverschil is fors en de reis is te lang om op de vertrekdag te doen.
Het boekingssysteem waarmee wij werken levert voor dit schip geen bouwjaar en geen aantal hutten aan; bij een schip met honderdvierentwintig gasten komt dat neer op ruim zestig hutten. In de plaatsenlijst staan bovendien Ho Chi Minhstad en Siem Reap, terwijl het schip daar niet komt: die delen van de reis worden per bus en per vliegtuig afgelegd.
74 afvaarten · pagina 2 van 4