Er komen 29 reizen langs in Treis-Karden en er vertrekt er geen enkele. Voor een Moezelplaats is dat gewoon: hier ligt een aanlegsteiger, geen thuishaven.
Bij een van de dertig ontbreekt het bedrag. De negenentwintig andere lopen van duizend achtennegentig euro tot tweeduizend honderdvierentachtig euro, en dat is een opvallend smalle band.
Dat komt doordat het aanbod uit een stuk bestaat. Zesentwintig reizen duren zeven nachten en vier duren acht; zesentwintig vertrekken uit Keulen en vier uit Andernach.
Er zijn twee rederijen, en de grootste staat op vierentwintig van de dertig. Je vergelijkt hier dus in feite twee aanbieders die vrijwel hetzelfde varen.
Er wordt 8 maanden per jaar aangelegd. augustus telt zeven aanlopen, augustus en oktober elk vijf, april vier. In de wintermaanden komt er niets.
De naam met het streepje is geen samentrekking van een straat maar van twee plaatsen die tegenover elkaar liggen.
Aan de rechteroever ligt het ene dorp, aan de linkeroever het andere, en zij zijn in 1970 tot een gemeente samengevoegd. Er ligt een brug tussen, en tot 1953 was er alleen een pont.
Dat verschil zie je nog. Het dorp aan de rechteroever is het handelsdorp met de winkels en het station; dat aan de linkeroever is het kerkdorp, en daar staat het gebouw waarvoor mensen hier van boord gaan.
De steiger ligt aan de rechteroever. De brug oversteken is een wandeling van een minuut of tien vanaf het water.
De plaats telt ongeveer twaalfhonderd inwoners, en dat is klein genoeg om in een uur rond te lopen. Wie meer tijd heeft, gaat het zijdal in.
Aan de linkeroever staat een romaanse kerk die voor een dorp van deze omvang buitensporig groot is.
Dat is geen toeval. Hier zat vanaf de negende eeuw een kapittel van kanunniken, een gemeenschap van geestelijken met eigen bezit en eigen inkomsten, en dat kapittel is eeuwenlang rijk geweest. Wat je ziet is de kerk van die instelling en niet van het dorp.
Het gebouw is grotendeels twaalfde-eeuws met een gotisch koor erachter, en de bewoners noemen het de dom aan de Moezel. Binnen staat een groot altaar uit ongeveer 1420 dat de aanbidding van de koningen uitbeeldt en dat uit gebakken klei is gemaakt in plaats van uit hout of steen.
Dat materiaal is zeldzaam voor een altaar van dat formaat, want klei krimpt bij het bakken en grote stukken barsten. De maker heeft het in delen gebakken en daarna samengezet.
Om de kerk heen staan nog de gebouwen van het kapittel, waaronder een deel dat als hof van de proost is gebouwd. De kerk is vrij toegankelijk en ligt op tien minuten lopen van de steiger. Wij hebben de afstanden, vaartijden, openingstijden en tarieven niet ter plaatse gecontroleerd.
Een kilometer of negen hiervandaan staat, verscholen in een zijdal van de Moezel, een burcht die nooit is verwoest.
Dat is aan de Moezel uitzonderlijk. De Franse troepen hebben in 1689 vrijwel alle burchten in deze streek opgeblazen, en wat je nu ziet staan is meestal negentiende-eeuwse herbouw. Deze niet: zij is sinds de twaalfde eeuw in het bezit van dezelfde familie, inmiddels de vierendertigste generatie, en zij is nooit ingenomen.
Zij ligt op een rots midden in het dal, met bos eromheen, en zij is van binnen te bezichtigen met een gids. De inrichting is er in de loop van acht eeuwen ingekomen en is niet later bij elkaar gezocht.
Wie te voet gaat, loopt vanaf het buurdorp stroomafwaarts het beekdal in; dat is ruim een uur heen over een pad langs het water, met een klim aan het eind. Vanaf deze steiger komt daar de weg naar dat buurdorp nog bij.
De meeste schepen bieden hier een bustocht heen aan. Wie zelf gaat, moet de aanlegtijd goed naslaan, want twee uur heen en twee uur terug haal je niet bij een korte stop.
De rivier maakt hier lussen door een dal dat driehonderd meter diep in het leisteen ligt, en de zuidhellingen staan vol wijngaarden.
Wat die hellingen bijzonder maakt is de steilte. Sommige percelen hier lopen op tot boven de zestig procent, en dat betekent dat er geen machine bij kan: het werk gaat met de hand en met kabellieren. Er zijn wijngaarden in deze streek die om die reden zijn opgegeven.
De druif is vrijwel overal dezelfde, en het leisteen geeft haar de smaak die deze streek beroemd heeft gemaakt. De stenen warmen overdag op en geven die warmte s nachts af, en dat is op deze breedte het verschil tussen rijp en niet rijp.
Stroomopwaarts ligt op een kilometer of tien een stadje met een burcht hoog boven de rivier, en de buurhavens op deze reizen zijn Keulen, Bernkastel, Trier en Cochem. Die liggen allemaal op dezelfde rivier of vlakbij, wat past bij reizen van zeven nachten.
Deze aanlegplaats is in de zomer druk en in het voorjaar rustig. Wie de wijngaarden in bedrijf wil zien, moet in september of oktober komen; dan wordt er geoogst.
Deze 2 rederijen uit ons aanbod doen Treis-Karden aan, samen goed voor 29 reizen.
| Rederij | Reizen langs Treis-Karden | Vanaf p.p. |
|---|---|---|
| A-ROSA | 20 | €1211 |
| Nicko Cruises | 9 | €1099 |
Andere rederijen kunnen hier ook varen. Wat hierboven staat is wat wij kunnen boeken.
Deze havens staan het vaakst op dezelfde reizen als Treis-Karden. Geen willekeurig lijstje: het getal is het aantal afvaarten waarop ze samen voorkomen.
13 afvaarten