Op Icon of the Seas passen 5.610 passagiers bij twee per hut, maar het schip mag er 7.600 vervoeren. Dat verschil van tweeduizend mensen staat zelden in de brochure, en het bepaalt hoe druk je vakantie aanvoelt.
Foto: Edgar Arroyo via Pexels
Op Icon of the Seas, het grootste cruiseschip ter wereld, passen 5.610 passagiers als er in elke hut twee mensen slapen. Maar het schip mag er 7.600 vervoeren. Tel de 2.350 bemanningsleden erbij op, en er kunnen bijna tienduizend mensen aan boord zijn.
Dat verschil van ongeveer tweeduizend mensen zit in de extra bedden: slaapbanken, opklapbedden en stapelbedden in de hutten voor gezinnen. Rederijen noemen in hun brochures vrijwel altijd het lagere getal. Het hogere getal is wat er in de schoolvakanties werkelijk aan boord kan zijn.
Het is het getal dat bijna niemand noemt, en het bepaalt meer van je vakantie dan het aantal zwembaden of glijbanen: hoe vol de ligstoelen zijn, hoe lang de rij bij het buffet is, en hoe lang je moet wachten als het schip aanlegt.
Elk cruiseschip heeft twee capaciteiten. De eerste gaat uit van twee personen per hut; in de branche heet dat "double occupancy" of "lower berths", omdat het de vaste bedden telt. De tweede is de maximale bezetting, met alle extra bedden in gebruik.
Bij de grootste schepen loopt dat verschil hoog op:
Hoe vaak een schip echt vol zit, verschilt per seizoen. Buiten de vakanties reizen vooral stellen, en zit het dicht bij het lage getal. In juli en augustus, en in de kerst- en voorjaarsvakanties, zijn de gezinshutten bezet en schuift de bezetting richting het maximum. Bij MSC en Costa, die in Europa veel gezinnen trekken, is dat goed te merken.
Een betere maat dan het aantal passagiers is de ruimte per passagier: de brutotonnage van het schip gedeeld door het aantal gasten. Brutotonnage is geen gewicht, maar een maat voor de ingesloten ruimte. Hoe hoger de uitkomst, hoe ruimer het schip aanvoelt.
Het grootste schip is dus niet het ruimste. Een volgeboekte Costa Smeralda heeft per gast minder dan de helft van de ruimte van een luxeschip. En Icon of the Seas, dat in tonnage ruim anderhalf keer zo groot is als de Queen Mary 2, geeft per passagier minder ruimte.
Hetzelfde patroon zie je bij de bemanning. Het aantal gasten per bemanningslid zegt veel over de service: hoe lager, hoe meer aandacht.
Op een vol schip in de zomer lopen die getallen bij de grote rederijen nog verder op, want de bemanning groeit niet mee met de extra bedden.
Een groot schip is zo ontworpen dat de drukte verspreid wordt. Icon of the Seas heeft acht "wijken" met elk een eigen sfeer, tientallen restaurants en bars, en meerdere zwembaden. Op een gewone zeedag merk je de aantallen minder dan je zou denken.
Er zijn wel vaste momenten waarop je het wel merkt:
De grootste schepen zijn gebouwd voor gezinnen en voor wie veel te doen wil hebben. Glijbanen, waterparken, klimwanden, shows op Broadway-niveau, tientallen restaurants: dat kan alleen op een schip met duizenden passagiers. Voor kinderen en tieners is er meer dan op welk kleiner schip ook.
Wie rust zoekt, een stille bibliotheek, persoonlijke service en een ligstoel zonder te zoeken, zit beter op een kleiner schip. Dat hoeft niet meteen een luxeschip te zijn. Schepen met twee- tot drieduizend passagiers, zoals die van Holland America en Celebrity, zitten ertussenin. De ruimte per gast is daar niet per se groter, maar je deelt het schip met de helft minder mensen, en dat merk je bij het inschepen, in de tenderboot en aan het zwembad.
Een tussenweg op de megaschepen: veel rederijen hebben een schip-in-een-schip. Bij MSC heet dat de Yacht Club, bij Norwegian The Haven, bij Royal Caribbean het Star Class-pakket in de suites. Je hebt dan een eigen restaurant, lounge en zonnedek, met de voorzieningen van het grote schip er als bonus bij. Dat kost wel een veelvoud van een gewone hut.
Welke hutten je op een groot schip beter kunt vermijden, staat in binnenhut, buitenhut of balkon. En hoe de rederijen op de Middellandse Zee zich tot elkaar verhouden, lees je in rederijen op de Middellandse Zee vergeleken.