Er komen 564 reizen langs in Finnsnes en er vertrekt er geen enkele. De plaats zelf is jong en zakelijk; wat haar op de kaart zet ligt aan de overkant van de zeestraat.
Daar begint Senja, na Spitsbergen het grootste eiland van Noorwegen. Het wordt Noorwegen in het klein genoemd, omdat er alle landschappen van het land op één eiland samenkomen: gladde stranden aan de westkant, scherpe bergen aan de noordkust, en binnenin bos en veen.
Sinds 1972 ligt er een brug van bijna twaalfhonderd meter over de Gisund, waardoor het eiland vanaf hier bereikbaar is. Voor die tijd ging alles per veerboot.
Alle 564 aanlopen zijn van Hurtigruten, en het schip ligt hier kort. Voor Senja zelf heb je meer tijd nodig dan zo'n stop biedt.
De plaats telt ongeveer vijfduizend inwoners en heeft pas in 2000 stadsrechten gekregen, wat haar tot een van de jongste steden van Noorwegen maakt.
Aan de noordwestkant van Senja steekt een rij scherpe rotspieken de lucht in, en die hebben een naam gekregen die je niet vergeet.
Okshornan betekent letterlijk ossenhoorns, maar in het Nederlands zijn ze bekend geworden als de tanden van de duivel. Het zijn steile granieten toppen die als een gebit uit de zee omhoogkomen, met de open oceaan erachter.
Bij Tungeneset is er een houten vlonder naartoe gelegd, over het gladde gesteente heen, met een uitzichtpunt aan het eind. Dat is onderdeel van een reeks architectonische stops langs de nationale toeristische route over het eiland.
Die route loopt over honderd kilometer langs de noordkust, met tunnels door de bergen en uitkijkpunten die door architecten zijn ontworpen. Het is een van de bekendste autoroutes van Noorwegen.
Vanaf Finnsnes is het ongeveer anderhalf uur rijden naar dat stuk. Wij hebben de afstanden, reistijden en tarieven niet ter plaatse gecontroleerd.
Midden op het eiland ligt een nationaal park met iets wat in Europa zeldzaam is geworden.
In Ånderdalen staat oud dennenbos dat nooit is gekapt. Sommige bomen zijn meer dan vijfhonderd jaar oud, gedraaid en laag gebleven door de wind, en er liggen dode stammen die eeuwenlang blijven liggen omdat het te koud is om snel te verteren.
Zulk bos noemt men oerbos, en het is in Scandinavië op de meeste plekken verdwenen doordat er sinds de zeventiende eeuw is gekapt voor hout en houtskool. Hier is dat niet gebeurd, omdat het te ver en te lastig bereikbaar was.
Er leven elanden, en op de hoogvlakte grazen in de zomer rendieren van Samische families.
Het park is te bereiken met een weg tot aan de rand, en er lopen gemarkeerde paden. Ook dat vraagt een dag.
Deze wateren zijn de reden dat er langs deze kust überhaupt mensen wonen.
Elke winter trekt de skrei, de kabeljauw uit de Barentszzee, naar de kust van Noord-Noorwegen om te paaien. Het gaat om honderden miljoenen vissen die duizend kilometer afleggen, en dat gebeurt van januari tot april.
Rond de Lofoten en de Vesterålen is dat sinds de vikingtijd de grondslag van de economie geweest. De vis werd zonder zout aan rekken gedroogd en per schip naar Zuid-Europa gebracht; die handel was eeuwenlang de grootste uitvoer van Noorwegen.
Wie in het voorjaar langs deze kust vaart, ziet die rekken vol hangen. Het is een geur die je op het dek ruikt voordat je de rekken ziet.
Tegenwoordig staat er ook zalmkweek in de fjorden, in ronde kooien; die is inmiddels vele malen groter dan de wilde visserij en niet onomstreden vanwege zeeluis en ontsnapte vis.
Die kooien zie je vanaf het schip liggen: ringen van tientallen meters doorsnee, met een voederbak op een vlot ernaast. Noorwegen is daarmee veruit de grootste producent van gekweekte zalm ter wereld.
Wat in Nederlandse winkels als Noorse zalm ligt, komt vrijwel altijd uit zulke kooien en niet uit een rivier. Wilde Atlantische zalm is juist zeldzaam geworden en in veel Noorse rivieren wordt er tijdelijk niet meer op gevist.
Januari telt 42 reizen, maart, september en oktober elk 39. April telt er 19 en mei, juni en juli elk 21.
Die vlakke verdeling hoort bij een lijndienst. 373 van de 564 reizen duren tien tot veertien dagen: de hele kustvaart van Bergen naar Kirkenes en terug.
Finnsnes ligt op negenenzestig graden noorderbreedte. De middernachtszon duurt hier van eind mei tot half juli, de poolnacht van eind november tot half januari.
In die donkere maanden is de kans op noorderlicht groot; dit gebied ligt onder de gordel waar het het vaakst voorkomt.
Deze 2 rederijen uit ons aanbod doen Finnsnes aan, samen goed voor 564 reizen.
| Rederij | Reizen langs Finnsnes | Vanaf p.p. |
|---|---|---|
| Hurtigruten | 562 | €2033 |
| Havila Voyages | 2 | €1842 |
Andere rederijen kunnen hier ook varen. Wat hierboven staat is wat wij kunnen boeken.
Deze havens staan het vaakst op dezelfde reizen als Finnsnes. Geen willekeurig lijstje: het getal is het aantal afvaarten waarop ze samen voorkomen.
444 afvaarten · pagina 17 van 19