Een rederij die zich onderscheidt door kwaliteit en aandacht voor de reis.
| Reisduur | Afvaarten | Vanaf p.p. |
|---|---|---|
| 6 tot 9 dagen | 3 | €2700 |
De vanafprijs is de laagste hutcategorie bij twee personen op een hut, exclusief vluchten en fooien. Wat er precies bij zit staat op de pagina van de afvaart zelf.
In ons aanbod staat nu geen enkele reis met deze rederij gepland. Dat kan betekenen dat het nieuwe vaarschema nog niet gepubliceerd is. De schepen en de informatie hierboven kloppen wel.
3 afvaarten
SH Vega · vanuit Salvador
SH Diana · vanuit Ushuaia
Swan Hellenic is een expeditierederij met 3 schepen en 153 boekbare reizen in 18 vaargebieden.
De naam gaat terug tot 1954, toen een Brits reisbureau begon met gezelschapsreizen over de Middellandse Zee waarbij hoogleraren aan boord de klassieke oudheid uitlegden. Die formule, varen met deskundigen erbij, is het merk sindsdien blijven kenmerken.
Het bedrijf heeft in de tussentijd meerdere eigenaren gehad en is een aantal keren gestopt en weer begonnen. De huidige rederij is in 2020 opgezet en heeft drie nieuwe expeditieschepen laten bouwen; die zijn tussen 2021 en 2023 opgeleverd.
De vloot bestaat uit SH Diana, SH Minerva en SH Vega. Het zijn kleine schepen met een versterkte romp voor de vaart in ijs, met plaats voor honderdvijftig tot tweehonderd gasten.
Dat is de kern van het product: een schip dat klein genoeg is om ergens aan land te gaan waar geen kade ligt, met genoeg comfort om er twee weken op door te brengen.
Het zwaartepunt ligt in de poolgebieden. Antarctica is met afstand de grootste bestemming, gevolgd door Zuid-Amerika en Groenland.
De Antarctica-reizen vertrekken vrijwel allemaal uit Ushuaia in Argentinië, steken de Drakepassage over en varen langs het schiereiland en de Zuidelijke Shetlandeilanden. De langere reizen doen ook Zuid-Georgië en de Falklandeilanden aan.
De noordelijke reizen gaan naar Groenland, met Kangerlussuaq, Ilulissat, Sisimiut en Qeqertarsuaq, en naar IJsland en Spitsbergen. Die varen in de noordelijke zomer, van juni tot september.
Daarnaast zijn er reizen langs West-Afrika, door de Indische Oceaan, langs Japan en door Zuidoost-Azië. Dat zijn de verplaatsingen tussen de twee poolseizoenen, en ze worden als volwaardige expeditiereizen verkocht met een eigen programma.
De twee seizoenen sluiten op elkaar aan: van november tot maart in het zuiden, van juni tot september in het noorden, en daartussen de lange overtochten.
Het woord cruise dekt hier de lading slecht, en dat is belangrijk om vooraf te weten.
Er is geen theater, geen casino en geen animatieteam. Er is wel een team van gidsen dat uit biologen, geologen, historici en fotografen bestaat, en dat team bepaalt het programma.
Landingen gaan met rubberboten, want er zijn geen kades. Je krijgt laarzen en meestal een parka in bruikleen, en er wordt in groepen van tien tot twaalf gevaren.
De dagindeling wordt de ochtend zelf gemaakt, op basis van ijs, wind en waar de dieren zijn. Een programma dat vooraf vaststaat bestaat hier niet, en dat staat ook zo in de voorwaarden.
Aan boord zijn er lezingen op zeedagen, een laboratorium waar gasten mee kunnen doen aan metingen, en een bibliotheek. Het avondprogramma is een terugblik op de dag met de gidsen.
Voor Antarctica gelden regels die door de verdragspartijen en de branchevereniging zijn vastgelegd: schepen met meer dan vijfhonderd passagiers mogen niemand aan land zetten, en per landingsplaats mogen er niet meer dan honderd mensen tegelijk staan. Een schip van deze omvang valt daar ruim binnen.
De drie schepen zijn nieuw en op elkaar gelijkend, met een ijsklasse die vaart in eenjarig ijs toestaat.
De romp heeft een X-vormige boeg die de golfslag beter opvangt dan een klassieke boeg, en dat scheelt op de Drakepassage. Er zijn stabilisatoren en een dynamisch positioneringssysteem waarmee het schip zonder anker op zijn plek blijft; dat laatste is bedoeld om de zeebodem niet te beschadigen.
De hutten hebben vrijwel allemaal een raam of een balkon en zijn ruim voor een expeditieschip. Er is een restaurant, een observatielounge over de volle breedte, een spa met sauna en een buitenbad.
Wat er verder aan boord is: een uitkijkdek helemaal vooraan, een fitnessruimte en een werkruimte voor het gidsenteam.
De verhouding tussen bemanning en gasten ligt rond een op anderhalf, en dat is hoger dan op vrijwel elk ander schip in het aanbod.
Het zuidelijke seizoen loopt van november tot maart en elke maand geeft iets anders.
November heeft het meeste ijs en het wittste landschap; de pinguïns bouwen dan nesten en paren. Het is de rustigste maand qua aantal schepen.
December en januari zijn het warmst, met nul tot vijf graden, en de kuikens komen uit. Dit is de drukste en duurste periode van het seizoen.
Februari en maart geven de beste kans op walvissen: bultruggen en dwergvinvissen vreten zich dan vol met krill voordat ze naar het noorden trekken. De kolonies zijn dan rommelig en de kuikens groot.
Wat je op het schiereiland tegenkomt zijn gletsjerfronten van tientallen meters hoog, ijsbergen met de omvang van een gebouw en kolonies van tienduizenden vogels. Op het drijfijs liggen zeehonden, en in het water jagen zeeluipaarden bij de waterlijn.
De langere reizen naar Zuid-Georgië laten iets anders zien: stranden met honderdduizenden koningspinguïns en zeeolifanten, en de resten van de walvisstations met het graf van Shackleton in Grytviken.
Groenland, IJsland en Spitsbergen vormen de zomerhelft van het jaar, van juni tot september.
Groenland is het grootste eiland ter wereld en heeft nog geen zestigduizend inwoners, vrijwel allemaal aan de westkust. De reizen doen Kangerlussuaq, Sisimiut, Ilulissat en de kleinere nederzettingen aan, en de plaatsen zijn onderling niet over de weg verbonden.
Bij Ilulissat mondt een van de snelst bewegende gletsjers ter wereld uit; de ijsbergen die daar afbreken lopen in de fjord vast tot ze klein genoeg zijn om verder te drijven. Dat ijsfjord staat op de werelderfgoedlijst.
Spitsbergen ligt tussen Noorwegen en de Noordpool en is de plek waar de kans op ijsberen het grootst is. Buiten de bebouwing is daar een gewapende begeleider verplicht, en dat is geen folklore.
In juni is het het lichtst en ligt er het meeste ijs; in augustus en september is er meer open water en begint het noorderlicht terug te komen.
Het weer bepaalt hier meer dan de kalender: mist is de grootste spelbreker, en bij dichte mist gaat een landing niet door.
Dit is een dure manier van varen, en de reden is de schaal: honderdvijftig gasten moeten de vaste kosten dragen die op een gewoon schip over drieduizend mensen worden verdeeld.
Bij de prijs zijn doorgaans inbegrepen: alle maaltijden, dranken aan boord, de landingen en excursies met het gidsenteam, het gebruik van parka en laarzen, de fooien en de wifi.
Wat er los bij komt is de vlucht, en bij Antarctica is dat aanzienlijk: naar Ushuaia vlieg je via Buenos Aires met een binnenlandse aansluiting, en dat is een dag reizen. Sommige pakketten hebben die vluchten en een hotelnacht erin.
Een reisverzekering met dekking voor repatriëring vanuit afgelegen gebied is bij poolreizen verplicht, met een minimumbedrag dat in de voorwaarden staat.
Vergelijk daarom niet op de vanafprijs. Een expeditiereis die dubbel zo duur oogt als een zeecruise, is dat na optelling van dranken, excursies en fooien minder, en het blijft een ander product.
Tussen het zuidelijke en het noordelijke seizoen liggen twee lange overtochten per jaar, en die zijn los te boeken.
In maart en april varen de schepen van Zuid-Amerika naar Europa of naar Afrika, en in september en oktober terug. Die routes volgen de Atlantische kust en doen plaatsen aan die verder nooit op een programma staan.
Wat je op zo'n reis tegenkomt zijn de Kaapverdische eilanden, Sint-Helena, Ascension, de kust van West-Afrika en de Azoren. Sint-Helena is het eiland waar Napoleon in ballingschap stierf en het heeft pas sinds 2017 een luchthaven; per schip is het nog steeds de gewone manier om er te komen.
Daarnaast zijn er reizen door de Indische Oceaan met de Seychellen, Madagaskar en de Comoren, en langs Japan en Zuidoost-Azië.
Die reizen duren twee tot vier weken en hebben veel zeedagen. Voor wie het varen zelf zoekt en van lezingen houdt, is dat het aantrekkelijkste product van deze rederij; per dag is het ook het goedkoopste.
Reken bij zo'n route wel op twee losse vliegtickets, want begin- en eindhaven liggen ver uit elkaar.
Dit is een rederij voor reizigers die het landschap en de dieren als doel hebben en het schip als middel.
Het publiek is overwegend Brits, Duits, Amerikaans en Australisch, met een gemiddelde leeftijd boven de vijftig. De voertaal is Engels en er is geen Nederlandstalige begeleiding.
Je moet redelijk ter been zijn. In en uit een rubberboot stappen bij deining, op een keienstrand landen en over ongelijk terrein lopen hoort erbij; wie dat niet kan, blijft aan boord en dat is een reële beperking.
Zeeziekte is een aandachtspunt. De Drakepassage kan glad zijn of zwaar, en dat weet je pas als je vaart; overleg met de arts als je daar gevoelig voor bent en boek een hut laag en midscheeps.
Kinderen zijn er zelden, en er is geen kinderprogramma.
Reken op een reis die niet gaat zoals gepland. Landingen vervallen, routes wijzigen en het weer bepaalt de dag. Voor de meeste gasten is dat precies de reden om te gaan.