Riviercruises met zwembad schip in de vloot van Emerald Cruises.
Aan boord van de Emerald Sky reis je in stijl met Emerald Cruises. Een schip dat haar reputatie verdient door verzorgde service, doordachte hutten en doordachte routes.
De Emerald Sky heeft de komende maanden 83 cruises gepland. Een greep:
De Emerald Sky is in 2014 in de vaart gekomen en meet 3.544 brutoton. Het schip is 135 meter lang, telt 4 dekken en heeft plaats voor 180 passagiers, met 47 bemanningsleden.
Er staan nu 83 afvaarten open, vanaf €1.695 per persoon, met vertrekdata van september 2026 tot en met december 2027.
De rederij is Emerald Cruises en de havens die het vaakst op het programma staan zijn Budapest, Bratislava, Passau, Wenen, Amsterdam en Regensburg.
Dit is een riviercruiseschip, en dat verschilt wezenlijk van een zeeschip: het is smal en laag, ligt elke dag midden in een stad en vaart een deel van de nacht.
Het aanbod bestrijkt drie rivieren: de Rijn vanuit Amsterdam, de Main met de Duitse vakwerkstadjes, en de Donau van Passau tot aan de Zwarte Zee.
De reizen lopen van zeven tot twintig nachten, met een week als meest voorkomende lengte.
Dat een schip van Amsterdam naar Boekarest kan varen, komt door een kanaal dat pas in 1992 klaar was.
Tussen Bamberg en de Donau ligt honderdeenenzeventig kilometer gegraven waterweg met zestien sluizen, die het stroomgebied van de Rijn met dat van de Donau verbindt.
Het hoogste punt ligt ruim vierhonderd meter boven zeeniveau, en dat is het hoogste punt dat een zeegaande waterweg ter wereld bereikt.
Het schip klimt daar dus letterlijk over de waterscheiding van Europa heen: aan de ene kant loopt alles naar de Noordzee, aan de andere kant naar de Zwarte Zee.
Het idee is niet nieuw: Karel de Grote liet er in 793 al aan graven, en resten van die poging liggen er nog.
Op de lange reizen merk je dat vooral aan de sluizen: op sommige dagen gaan er vijf of zes achter elkaar doorheen, vaak 's nachts.
Vijftien afvaarten vertrekken uit Amsterdam en veertig doen de stad aan, en dat maakt dit schip voor een Nederlandse boeker ongewoon toegankelijk.
Je stapt op zonder vlucht, zonder tijdverschil en zonder gedoe met bagage, en je bent binnen een dag al in Duitsland.
De eerste dagen varen langs de Waal en de Rijn door een landschap dat je kent, met Nijmegen, de Duitse grens en daarna de industrie van het Ruhrgebied.
Keulen staat op drieendertig afvaarten; het schip legt daar vrijwel naast de dom aan, die aan de rivierkant recht boven de kade uitkomt.
Daarna wordt het smal: tussen Koblenz en Rudesheim ligt een dal van vijfenzestig kilometer dat op de werelderfgoedlijst staat.
Daar staan meer burchten per kilometer dan aan welke rivier ook, en het schip vaart er overdag doorheen, met uitleg vanaf het zonnedek.
Op vierendertig afvaarten staat Rudesheim, aan het begin van dat dal en midden in het wijngebied van de Rijngouw.
Het stadje heeft een steeg van honderdvierenveertig meter met aan weerskanten wijnlokalen, en dat is er sinds de negentiende eeuw de hoofdmoot.
Er zit een museum vol zelfspelende muziekmachines: draaiorgels, muziekkasten en een piano die uit zichzelf een concert geeft.
Boven de wijngaarden staat een monument van achtendertig meter dat na de Frans-Duitse oorlog is neergezet; er gaat een kabelbaan naartoe.
Even verderop ligt een rots die het smalste en diepste punt van de Rijn markeert, en waarop volgens het lied een vrouw zat te kammen die schippers liet vergaan.
Wat waar is aan dat verhaal, is de stroming: daar zijn tot in de vorige eeuw geregeld schepen op de klippen gelopen.
Op tweeentwintig afvaarten staat Bamberg, en die stad heeft de oorlog vrijwel ongeschonden doorstaan.
De hele binnenstad staat op de werelderfgoedlijst: duizend gebouwen uit de middeleeuwen tot de barok, verdeeld over zeven heuvels.
Het oude raadhuis staat op een kunstmatig eiland midden in de rivier, omdat de bisschop de burgers geen grond wilde geven; ze hebben toen zelf een eiland aangelegd.
Aan de oever staat een rij vissershuizen die het Klein Venetie wordt genoemd, met houten aanbouwen die tot in het water komen.
Waar de stad om bekendstaat is een bier van gerookt mout, dat naar spek smaakt en dat je in twee eeuwenoude brouwerijen tapt.
Het is een van de weinige biersoorten die je nergens anders in deze vorm vindt, en de eerste slok is voor de meeste mensen een verrassing.
Op zestien afvaarten staat Golubac, en dat is de ingang van het spectaculairste stuk van de hele Donau.
Daar loopt de rivier over ruim honderd kilometer door een kloof tussen Servie en Roemenie, op het smalste punt ongeveer honderdvijftig meter breed.
Aan het begin staat een burcht met negen torens op een rots aan het water, waarvan de bouw in de veertiende eeuw begon.
Verderop kijkt een gezicht van vijfenvijftig meter hoog vanuit de rotswand op je neer: een Dacische koning, tussen 1994 en 2004 uit de rots gehakt en het grootste rotsreliëf van Europa.
Aan de overkant staat een Romeinse gedenkplaat uit het jaar 100 die aan een weg langs het water herinnert, aangelegd voor de legioenen.
Bij de bouw van de stuwdam in de jaren zeventig is het water tientallen meters gestegen; een bewoond eiland met een Turkse gemeenschap is toen verdwenen en de inwoners zijn verspreid.
De opzet is die van een klein schip met een lichte, moderne inrichting.
Er is een restaurant waar iedereen tegelijk eet, een lounge met een bar en een zonnedek dat over vrijwel de hele lengte loopt.
Binnen ligt een zwembad onder een schuifdak, en dat wordt 's avonds afgedekt en als filmzaal gebruikt; op een rivierschip is dat ongebruikelijk.
Alle hutten liggen aan de buitenkant; op het onderste dek zitten ramen hoog in de wand die niet opengaan, op de dekken erboven zitten balkons of schuifpuien.
Er varen fietsen mee die je in een haven kunt gebruiken, en dat werkt aan de Rijn en de Main uitstekend omdat er langs vrijwel de hele rivier een fietspad ligt.
Er is geen theater, geen casino en geen kinderclub; het programma bestaat uit lezingen, muziek en de excursies aan wal.
De vanafprijs van €1.695 per persoon is voor een week aan de hoge kant, en dat komt doordat er veel in zit.
Bij deze rederij horen de maaltijden, de dranken bij lunch en diner, de fooien en een excursie per haven doorgaans bij de reissom.
De vlucht zit er niet bij, en bij een vertrek uit Amsterdam heb je die ook niet nodig.
Wat er per afvaart precies is inbegrepen, verschilt per aanbieding en per periode; lees dat na bij de reis die je op het oog hebt.
Aan wal valt er weinig te besparen, want je ligt vrijwel altijd midden in de stad en loopt zo naar buiten.
Op de lange reizen naar de Zwarte Zee komen de vluchten terug er wel bij, en die zijn vanaf Boekarest niet goedkoop.
Er is bij een riviercruise een risico dat bij een zeecruise niet bestaat, en dat hoort op deze pagina te staan.
De Rijn, de Main en de Donau kunnen te weinig water voeren om over de ondiepe stukken te komen, en te veel om onder de bruggen door te kunnen.
Laag water komt vooral voor in een droge zomer en late nazomer; de Rijn bij Kaub is daarvoor het bekendste meetpunt.
Hoog water komt vooral in het voorjaar en na langdurige regen, en dan kan een schip een dag stilliggen omdat de bruggen te laag worden.
Gebeurt dat, dan wordt een deel van de reis per bus afgelegd, worden gasten naar een ander schip overgezet, of vervalt een haven.
De voorwaarden zijn daar duidelijk over: het is geen reden voor annulering en je krijgt in dat geval doorgaans geen volledige teruggave.
Dit is een reis voor wie steden en landschap wil zien zonder elke dag te pakken en uit te pakken.
Het werkt uitzonderlijk goed voor Nederlandse boekers: vijftien afvaarten beginnen in Amsterdam en de eerste haven ligt de volgende ochtend in Duitsland.
Het werkt goed voor wie slecht ter been is; het schip ligt midden in de stad en er komt geen tender aan te pas.
Het werkt goed voor wie graag fietst, want de Rijn- en Mainroute hebben over vrijwel de hele lengte een pad langs het water.
Het werkt niet voor gezinnen met kinderen en evenmin voor wie een programma aan boord verwacht.
Het publiek is overwegend Australisch, Brits en Amerikaans, met een hoge gemiddelde leeftijd. De voertaal is Engels.
Het seizoen loopt van maart tot december en elke periode heeft zijn eigen reden.
April en mei zijn zacht met tien tot twintig graden, en dan staat het land langs de rivier op zijn groenst.
Juni tot augustus is het warmst en het drukst, met dertig graden of meer in Wenen en Boedapest; het is ook de periode met de meeste kans op laag water.
September en oktober zijn de aangenaamste maanden: warm genoeg, minder mensen en de wijnoogst langs de Rijn en de Wachau.
Eind november en december varen er kerstmarktreizen; het is dan koud en de dagen zijn kort, maar elke haven heeft een markt op loopafstand.
Buiten die periode ligt het schip stil.
De vertrekhavens verschillen per route en de helft ervan is zonder vlucht te bereiken.
Amsterdam is voor de meeste Nederlanders binnen twee uur te doen, met de aanlegplaats vlak bij het Centraal Station.
Boedapest is twee tot twee en een half uur rechtstreeks vliegen, met de aanlegplaats midden in de stad.
Passau en Regensburg bereik je via Munchen, ruim anderhalf uur vliegen plus twee uur met de trein; Basel is twee uur rechtstreeks naar Zurich of Bazel zelf.
Boekarest is ruim drie uur rechtstreeks, met de aanlegplaats bij Giurgiu op ruim een uur rijden van de stad.
Omdat vrijwel elke reis in een andere stad eindigt dan hij begint, heb je twee losse vliegtickets nodig; alleen bij de reizen vanuit Amsterdam is dat soms anders.
Het boekingssysteem waarmee wij werken levert voor dit schip geen aantal hutten aan. Bij een riviercruiseschip van deze maat is dat ruwweg de helft van het passagiersaantal, want vrijwel alle hutten zijn voor twee personen; het exacte aantal per categorie staat bij de afvaarten hieronder.