Er komen 119 reizen langs in Seyðisfjörður en er vertrekt er geen enkele. Het dorp telt ongeveer zevenhonderd inwoners en ziet er anders uit dan de rest van IJsland.
Aan de fjord staan houten huizen in helder blauw, rood en geel, met witte kozijnen. Dat is geen IJslandse bouwtraditie: IJsland had nauwelijks bomen en bouwde eeuwenlang met turf en steen.
Deze huizen komen uit Noorwegen. Rond 1900 kwam de haring, en Noorse kooplieden vestigden zich hier; zij lieten complete houten huizen in onderdelen overvaren en zetten ze aan de kade in elkaar.
Het dorp is daarmee een van de best bewaarde voorbeelden van die Noorse houtbouw op IJsland. Meer dan twintig van die panden staan er nog.
De haring is in de jaren zestig verdwenen door overbevissing. Wat bleef staan is de architectuur.
Naar de kerk van het dorp loopt een straat die in de kleuren van de regenboog is geschilderd.
Dat is in 2016 begonnen als tijdelijke actie en het is blijven liggen; elk voorjaar wordt het opnieuw geschilderd. Het is een van de meest gefotografeerde plekken van IJsland geworden.
Aan het eind staat de Bláa kirkjan, de blauwe kerk, uit 1922. Er worden in de zomer wekelijks concerten gegeven.
Iets verderop staat een geluidsinstallatie in de open lucht: een kring van staven die door de wind en door bezoekers wordt bespeeld. Seyðisfjörður heeft een kunstacademie en trekt kunstenaars, wat voor een dorp van deze omvang ongewoon is.
Alles ligt op loopafstand van de kade. Wij hebben de openingstijden, tarieven en reistijden niet ter plaatse gecontroleerd.
De hellingen boven dit dorp zijn steil en dat is er in december 2020 op de zwaarste manier zichtbaar geworden.
Na weken van uitzonderlijke regenval, meer dan er ooit in die maand was gemeten, kwam er op 18 december een aardverschuiving naar beneden die dwars door het dorp trok. Er werden gebouwen weggedrukt, waaronder een woonhuis en een deel van een oude fabriek.
Er vielen geen doden, en dat is te danken aan de evacuatie. Het dorp was in de dagen ervoor al ontruimd omdat kleinere verschuivingen waren waargenomen.
Het was niet de eerste keer. In 1885 kwam er een lawine naar beneden die vierentwintig mensen het leven kostte en huizen de fjord in duwde.
Er zijn sindsdien keerwallen aangelegd en de hellingen worden gemeten. Wie door het dorp loopt, ziet de open plekken waar de gebouwen stonden.
In de fjord ligt een scheepswrak van driehonderd meter dat er sinds de oorlog ligt.
De El Grillo was een Britse tanker die hier in februari 1944 voor anker lag om oorlogsschepen te bevoorraden. Duitse vliegtuigen troffen hem, en de bemanning liet hem zelf zinken om te voorkomen dat de brandende olie zich over de fjord zou verspreiden.
Het schip ligt op ongeveer veertig meter diepte en is een duiklocatie. Er zat nog duizenden tonnen stookolie in.
Dat is decennia een probleem geweest: er lekte olie die op het water en op de vogels terechtkwam. In 2001 is het grootste deel eruit gepompt.
Er is een bier naar het schip genoemd dat in het dorp wordt gebrouwen. Dat is de IJslandse manier om met zoiets om te gaan.
Dit dorp heeft één functie die geen andere IJslandse plaats heeft: hier komt de veerboot uit Europa binnen.
Een keer per week vaart er een schip vanuit Denemarken, via de Faeröer, naar Seyðisfjörður. Het is de enige manier om met je eigen auto of camper naar IJsland te komen; de overtocht duurt ongeveer twee etmalen.
Dat een dorp van zevenhonderd inwoners die verbinding heeft, komt door de fjord zelf: hij is diep, lang en aan drie kanten beschut, en dat is aan deze kust zeldzaam.
Op aankomstdagen rijden er tientallen kampeerwagens door de hoofdstraat naar de bergweg. Die weg klimt in korte tijd naar ruim zeshonderd meter en gaat bij slecht weer dicht.
Langs die weg ligt een reeks watervallen. De hoogste is een dertigtal meter en staat aan de kant van de weg.
Mei telt 55 reizen, juni 49 en juli 47. Van oktober tot februari komt hier niets langs.
Dat mei bovenaan staat is voor een noordelijke haven ongewoon; meestal is dat juli of augustus. Wat erbij past is dat dit dorp aan de oostkant van IJsland ligt en daarmee de eerste of laatste IJslandse aanloop is van schepen die vanuit Europa komen, aan het begin van het seizoen.
114 van de 119 reizen duren vijftien dagen of langer en 63 tien tot veertien. Dat zijn de lange rondes door de Noord-Atlantische Oceaan, niet de korte fjordenreis.
58 reizen vertrekken uit Reykjavík, 34 uit Kopenhagen en 29 uit Southampton.
De havens die het vaakst op dezelfde reizen staan zijn Isafjordur, Akureyri, Kirkwall en Southampton, met Reykjavík op 265 en Akureyri op 220.
Deze 8 rederijen uit ons aanbod doen Seydisfjordur aan, samen goed voor 102 reizen.
| Rederij | Reizen langs Seydisfjordur | Vanaf p.p. |
|---|---|---|
| Princess Cruises | 29 | €1436 |
| Seabourn | 23 | €12799 |
| Holland America Line | 14 | €1179 |
| Windstar Cruises | 9 | €3500 |
| Celebrity Cruises | 7 | €1017 |
| Oceania Cruises | 7 | €3559 |
| Ambassador Cruise Line | 7 | €1970 |
| Regent Seven Seas Cruises | 6 | €8699 |
Andere rederijen kunnen hier ook varen. Wat hierboven staat is wat wij kunnen boeken.
Deze havens staan het vaakst op dezelfde reizen als Seydisfjordur. Geen willekeurig lijstje: het getal is het aantal afvaarten waarop ze samen voorkomen.












Er komen 119 reizen langs in Seyðisfjörður en er vertrekt er geen enkele. Het dorp telt ongeveer zevenhonderd inwoners en ziet er anders uit dan de rest van IJsland.
Aan de fjord staan houten huizen in helder blauw, rood en geel, met witte kozijnen. Dat is geen IJslandse bouwtraditie: IJsland had nauwelijks bomen en bouwde eeuwenlang met turf en steen.
Deze huizen komen uit Noorwegen. Rond 1900 kwam de haring, en Noorse kooplieden vestigden zich hier; zij lieten complete houten huizen in onderdelen overvaren en zetten ze aan de kade in elkaar.
Het dorp is daarmee een van de best bewaarde voorbeelden van die Noorse houtbouw op IJsland. Meer dan twintig van die panden staan er nog.
De haring is in de jaren zestig verdwenen door overbevissing. Wat bleef staan is de architectuur.
Naar de kerk van het dorp loopt een straat die in de kleuren van de regenboog is geschilderd.
Dat is in 2016 begonnen als tijdelijke actie en het is blijven liggen; elk voorjaar wordt het opnieuw geschilderd. Het is een van de meest gefotografeerde plekken van IJsland geworden.
Aan het eind staat de Bláa kirkjan, de blauwe kerk, uit 1922. Er worden in de zomer wekelijks concerten gegeven.
Iets verderop staat een geluidsinstallatie in de open lucht: een kring van staven die door de wind en door bezoekers wordt bespeeld. Seyðisfjörður heeft een kunstacademie en trekt kunstenaars, wat voor een dorp van deze omvang ongewoon is.
Alles ligt op loopafstand van de kade. Wij hebben de openingstijden, tarieven en reistijden niet ter plaatse gecontroleerd.
De hellingen boven dit dorp zijn steil en dat is er in december 2020 op de zwaarste manier zichtbaar geworden.
Na weken van uitzonderlijke regenval, meer dan er ooit in die maand was gemeten, kwam er op 18 december een aardverschuiving naar beneden die dwars door het dorp trok. Er werden gebouwen weggedrukt, waaronder een woonhuis en een deel van een oude fabriek.
Er vielen geen doden, en dat is te danken aan de evacuatie. Het dorp was in de dagen ervoor al ontruimd omdat kleinere verschuivingen waren waargenomen.
Het was niet de eerste keer. In 1885 kwam er een lawine naar beneden die vierentwintig mensen het leven kostte en huizen de fjord in duwde.
Er zijn sindsdien keerwallen aangelegd en de hellingen worden gemeten. Wie door het dorp loopt, ziet de open plekken waar de gebouwen stonden.
In de fjord ligt een scheepswrak van driehonderd meter dat er sinds de oorlog ligt.
De El Grillo was een Britse tanker die hier in februari 1944 voor anker lag om oorlogsschepen te bevoorraden. Duitse vliegtuigen troffen hem, en de bemanning liet hem zelf zinken om te voorkomen dat de brandende olie zich over de fjord zou verspreiden.
Het schip ligt op ongeveer veertig meter diepte en is een duiklocatie. Er zat nog duizenden tonnen stookolie in.
Dat is decennia een probleem geweest: er lekte olie die op het water en op de vogels terechtkwam. In 2001 is het grootste deel eruit gepompt.
Er is een bier naar het schip genoemd dat in het dorp wordt gebrouwen. Dat is de IJslandse manier om met zoiets om te gaan.
Dit dorp heeft één functie die geen andere IJslandse plaats heeft: hier komt de veerboot uit Europa binnen.
Een keer per week vaart er een schip vanuit Denemarken, via de Faeröer, naar Seyðisfjörður. Het is de enige manier om met je eigen auto of camper naar IJsland te komen; de overtocht duurt ongeveer twee etmalen.
Dat een dorp van zevenhonderd inwoners die verbinding heeft, komt door de fjord zelf: hij is diep, lang en aan drie kanten beschut, en dat is aan deze kust zeldzaam.
Op aankomstdagen rijden er tientallen kampeerwagens door de hoofdstraat naar de bergweg. Die weg klimt in korte tijd naar ruim zeshonderd meter en gaat bij slecht weer dicht.
Langs die weg ligt een reeks watervallen. De hoogste is een dertigtal meter en staat aan de kant van de weg.
Mei telt 55 reizen, juni 49 en juli 47. Van oktober tot februari komt hier niets langs.
Dat mei bovenaan staat is voor een noordelijke haven ongewoon; meestal is dat juli of augustus. Wat erbij past is dat dit dorp aan de oostkant van IJsland ligt en daarmee de eerste of laatste IJslandse aanloop is van schepen die vanuit Europa komen, aan het begin van het seizoen.
114 van de 119 reizen duren vijftien dagen of langer en 63 tien tot veertien. Dat zijn de lange rondes door de Noord-Atlantische Oceaan, niet de korte fjordenreis.
58 reizen vertrekken uit Reykjavík, 34 uit Kopenhagen en 29 uit Southampton.
De havens die het vaakst op dezelfde reizen staan zijn Isafjordur, Akureyri, Kirkwall en Southampton, met Reykjavík op 265 en Akureyri op 220.
Deze 8 rederijen uit ons aanbod doen Seydisfjordur aan, samen goed voor 102 reizen.
Andere rederijen kunnen hier ook varen. Wat hierboven staat is wat wij kunnen boeken.
Deze havens staan het vaakst op dezelfde reizen als Seydisfjordur. Geen willekeurig lijstje: het getal is het aantal afvaarten waarop ze samen voorkomen.











